dinsdag 21 augustus 2018
Tertio
Deze week verschijnt er een artikel van mij over Nietzsche in het blad Tertio. Onderstaande link leidt u naar een voorproefje.
Artikel Nietzsche
donderdag 26 juli 2018
Het wonder van de stilte en de muziek die eruit groeit
Auteur: Christoph Lintermans
Je zou kunnen zeggen dat we in oorverdovende tijden leven.
Bijna overal waar men komt is er muziek of muzak. In winkels om ons te
verleiden, in winkelstraten, cafés en restaurants omdat "het zo gezelliger
is", bij de dokter of in het ziekenhuis en in de lift om je gerust te
stellen, in hotels om je meteen 'thuis' te voelen enzovoort. In het verkeer
ontsnap je er ook niet aan: autoradio's die te luid zijn, en mensen met 'oortjes'
in. Als die al niet te luid staan, word je met nog een fenomeen geconfronteerd:
die oortjes trekken niet enkel een fysieke, maar ook een mentale muur op tussen
mensen. "Laat me met rust" is de subtekst van die oortjes.
Opvallende vaststelling: alle voorgaande situaties spelen
zich af in de openbare ruimte. Zo dringen vragen zich op naar onze privacy,
onze vrijheid, onze verantwoordelijkheid voor de medemens, onze tolerantie.
Hiervoor zijn niet zozeer wetten nodig, als wel ongeschreven gedragsregels,
sociale conventies. Zolang die laatste de openbare ruimte in goede banen
leiden, is er weinig aan de hand. Maar ik vrees dat met de toename van het lawaai
onze tolerantie afneemt, en dan zijn enkele goedmenende sociale afspraken niet
langer voldoende. Zouden we onder druk van het toenemende openbare lawaai
kunnen afglijden naar een repressievere wetgeving? Ik hoop het van niet, maar
de toenemende vraag naar stilte is een indicator dat het anders zal moeten. En
moeten we straks echt roepen om stilte (wat een paradox), zoals in een druk
klaslokaal? Hoe tolerant is deze maatschappij eigenlijk voor de stilte?
Vóór de uitvindingen van de massacommunicatie was er geen
gebrek aan stilte, en als de muziek die stilte even doorbrak, was dat omdat die
muziek de moeite waard was. Maar voor wie niet tot adel of burgerij behoorde,
was de stilte zelfs alomtegenwoordig, enkel doorbroken door de regelmatige
schoonheid van kerkklokken. (Even terzijde: ik kan me voorstellen dat heel wat
hedendaagse mensen - eens met Barabas’ teletijdmachine naar de 19de eeuw geflitst
- gek zouden worden van de stilte.) De muziek van de 19de eeuw kwam bovendien
voort uit natuurlijke bronnen (in tegenstelling tot elektronische) en volgde de
regels van het classicisme of de romantiek, die gericht waren op schoonheid. De
meeste muziek die je vandaag in de openbare ruimte moet ondergaan, roept -
althans bij mij - een vorm van lelijkheid op. Let op: elektronische muziek kan
ook ontzettend mooi zijn. Maar de muzak die onze oren binnendringt, is
elektronisch zo vervormd en ver-lelijkt dat het appelleert aan een grootste
gemene deler. Het is een uitwas geworden van onze neoliberale maatschappij, die
zelfs van het onderwijs niet langer verwacht dat het onze jeugd de beginselen
van de esthetica bijbrengt. (Ook terzijde: dit betekent niet dat muziek die
niet beantwoordt aan het klassieke of romantische ideaal, per definitie lelijk
is. Denk bijvoorbeeld aan de Tweede Weense School rond Schönberg, Berg en
Webern.)
De violiste uit Wims tekst doet me denken aan een citaat van
Robert Fripp van de progressieve rockgroep King Crimson: "Music is the
wine that fills the cup of silence." Aan het begin van een concert vraagt
Fripp het publiek beleefd maar kordaat om alle opnametoestellen op te bergen.
Gebeurt dat niet, dan verlaat Fripp het podium. Om naar een concert te gaan met
een zekere moeilijkheidsgraad (lees: niet-commerciële muziek) moet de
toeschouwer zich mentaal kunnen voorbereiden. Hij moet kunnen openstaan voor
het wonder, en daar is eerst stilte voor nodig. Dat dit te weinig gebeurt,
verklaart waarschijnlijk waarom ik niet vaak meer naar concerten ga. Maar wat
ik wil zeggen, is dat muziek in deze maatschappij steeds minder de kans krijgt
om vanuit de stilte te groeien. Dat geldt ook voor rock en pop. Kijk naar de zomerfestivals:
lawaai op een afvalberg van plastic. Oké, het brengt mensen samen. Maar die
gaan niet als een ander mens naar huis. Omdat het wonder hun ontnomen wordt
door de commerciële bedoelingen van de organisatoren. Muziek verliest steeds
meer haar religieuze functie, en ik ken ongelovigen die dat eveneens betreuren.
Wat is er mooier dan onvermoed een kerkje of kapel binnen te
stappen en verrast te worden door een spelend orgel, een harp, wie weet Wims
violiste? Muziek is emotie, en een instrument in de stilte kan klinken als je
eigen hartenklop. Muziek hoort bij het leven zoals stilte, ademen, slapen,
eten. Ik denk dat dit een essentiële functie is van muziek. Op enkele
muziektempels en kerken na is onze maatschappij die functie uit het oog
verloren.
Christoph Lintermans is leraar Nederlands, geschiedenis en
filmwetenschap in het secundair
onderwijs en eveneens auteur van verschillende dichtbundels. Christoph is ook
recensent voor de muzieksite damusic. Onlangs verscheen nog een boek van hem
over progressieve rockmuziek, met de titel "Wie is er bang van prog?"
Gepubliceerd met toestemming van de auteur.
Foto: Lise Verbeeck
woensdag 25 juli 2018
De violiste
Een deel van de witte verf was reeds afgebladderd en enkele
vensters van de majestueuze loft gesneuveld. Verschillende muren waren ook
voorzien van de nodige tags, meestal gezet door beginnende graffitikunstenaars.
Het plafond van de loft werd ondersteund
door wat lijkt op ionische zuilen, de eerste helft in het zwart, de tweede
helft naadloos overgaand in het wit van het plafond. Er stonden geen meubels
meer. De laatste eigenaar had de deuren reeds jaren geleden achter zich toe
getrokken en sindsdien werd de loft overgelaten aan de grillen van de natuur.
In het midden van de loft danste een violiste. Ze speelde prachtige, zachte, strelende
muziek. Haar gesloten ogen namen de tonen op en gaven ze door aan de rest van
haar lichaam dat zich elegant liet meevoeren.
Het gebouw waarin de loft zich bevond was toe aan renovatie,
iets wat die dag begonnen was. De verdieping onder de loft werd gestript wat
resulteerde in gehamer en geklop, vergezeld van schreeuwende klanken van
slijpmolens, nu en dan gemengd met gebrulde instructies, verwijten en lachsalvo’s.
De violiste speelde verder.
Beneden manoeuvreerde een vuilniswagen zich achterwaarts door
de nauwe straat met het welbekende staccato-piepsignaal, verbaal ondersteund
door de instructies van de collega achter de wagen. Maar de violiste speelde
verder.
Boven het hoofd van de zakenman sprong het lichtje op “gordels
vastklikken” nu de Boeing 737 zijn landingsprocedure inzette. Gegier van de
motoren zoals ze dat wel vaker horen in de loft: het gebouw ligt immers in een
veel gebruikte aanvliegroute. En de violiste? Ze speelde verder.
Er is heel veel lawaai in het leven. Vanaf we ’s morgens opstaan,
opent onze persoonlijke windows zich en worden we geconfronteerd met allerlei issues.
Gaan werken, de kinderen van school gaan halen, op tijd naar de sportclub,
boodschappen doen, voor de huisdieren zorgen. Dit alles is geenszins eenmalig.
Elke dag opnieuw, jaar in jaar uit, antwoorden mensen op allerlei zaken die nog
“to do” zijn en vinken die af via hun mentale computer. Daarenboven worden we
voldoende voorzien van allerlei opinies, overtuigingen en gedachten. Niet
moeilijk dat we vaak overstemd worden en overweldigd. Toch geloof ik in het
bestaan van de violiste. Ze speelt en danst en laat zich door niets of niemand
van het toneel verdrijven. Ze blijft ook spelen, en dat is belangrijk. De
violiste is de stem van onze ware roeping tot mens-worden. Ze speelt de muziek
van wat het echt betekent om te leven. Het kan de hartverwarmende boodschap
zijn van iemand die we hebben moeten achterlaten, maar die desondanks nog
steeds blijft zorgen voor hemelse muziek. Voor mij als gelovige, is de muziek
van de violiste de stem van God. We worden uitgedaagd op meerdere fronten.
Enerzijds moeten we durven geloven dat het mogelijk is om in de
overweldigende kakofonie van geluiden die telkens op ons afkomen, de klanken
van de violiste uit te filteren, te herkennen en te erkennen. Anderzijds blijft
het de opdracht om te geloven in de authenticiteit van haar muziek, hoe hard de andere geluiden ook mogen klinken.
Opgedragen aan Fien...
Foto: Yarle Verbeeck
Als u op het volgende linkje klikt, maakt u kennis met de violiste die tot inspiratie diende:
vrijdag 20 juli 2018
Iedereen gewonnen (reactie Christoph Lintermans)
Beste lezers
Met zijn toestemming publiceer ik de reactie op "iedereen gewonnen" van mijn goede vriend Christoph Lintermans. Christoph is leraar Nederlands, geschiedenis en filmwetenschap in het secundair onderwijs en eveneens auteur van verschillende dichtbundels. Christoph is ook recensent voor de muzieksite damusic. Onlangs verscheen nog een boek van hem over progressieve rockmuziek, met de titel "Wie is er bang van prog?". Via de link onderaan kan je het boek opzoeken.
"Een samenleving ontstaat waar een gedeeld, gemeenschappelijk belang groter wordt dan het individuele. In de Westerse beschaving zijn de Helleense en Romeinse samenlevingen hier een goed voorbeeld van. De Olympische Spelen illustreren het gezonde evenwicht in deze samenlevingen: een competitiegeest was toegelaten, maar uiteindelijk was deelnemen belangrijker dan winnen. Dankzij het werk van christelijke monniken zijn deze antieke bronnen voor latere generaties bewaard gebleven. Het christendom heeft zijn eigen totalitaire uitwassen (de Rijkskerk) aangepakt en correcties aangebracht: de abdij van Cluny, de (hoofdzakelijk christelijke) humanisten. Deze herstelden de band tussen algemeen en individueel belang. De opkomst van de burgerij en de moderne wetenschap versterkten later het individualisme als tegengewicht voor het staatsnationalisme van de absolute vorsten. Dit leidde tot de overwinning (in het Westen) van de Verlichting. Twee wereldoorlogen hebben in diverse vormen (imperialisme, communisme en fascisme) een bom gelegd onder de Verlichting en de belichaming van deze verlichte ideeën door de natiestaat. Waar het nationalisme in de negentiende eeuw een positieve kracht was, werd het in de twintigste eeuw synoniem voor verdeeldheid. Na WO II werd elke aanzet tot nationalisme in de Westerse wereld met argwaan onthaald. Een Europese Unie moest de natiestaten vervangen, maar dat project lijkt grotendeels mislukt. Omdat een Europees samenhorigheidsgevoel uitbleef, werd de Verlichting synoniem voor individualisme. Het verklaart volgens mij waarom een opstoot van nationalisme tijdens sportwedstrijden (cf. het WK in Rusland) enkel een kunstmatige en kortstondige vorm van samenhorigheid teweegbrengt. Als het stof is gaan liggen, verdwijnen de vlaggen en neemt het individualisme weer de bovenhand. Tussen haakjes: er is niemand die, gedreven door een Europees samenhorigheidsgevoel, nu juicht dat de vier beste voetballanden lid zijn van de EU.
Waar Europa of de natiestaat blijkbaar niet in slaagt, lukt het religie wel: een warm deken van samenhorigheid over mensen leggen. Het christendom, de islam en het jodendom, ze hebben een belangrijke rol in deze samenleving te spelen, maar staan zwaar onder druk van een neoliberale tijdsgeest die onder het mom van individuele vrijheid de samenleving verdeelt. Liberale partijen die de maatschappelijke rol van religie helemaal willen uitschakelen, spelen met vuur. Volgens hen zijn de grondwet en zijn burgerlijke vrijheden voldoende als algemeen belang. Maar is een mens niet meer dan enkel een burger die een contract ondertekent? Is het niet in organisaties en verenigingen waarin mensen samen op zoek gaan naar een diepere betekenis in het leven, dat de mens waarachtig tot individuele ontplooiing komt? Vandaag zijn het deze netwerken die een gezond evenwicht tussen het algemene en het individuele belang kunnen garanderen. "
Met zijn toestemming publiceer ik de reactie op "iedereen gewonnen" van mijn goede vriend Christoph Lintermans. Christoph is leraar Nederlands, geschiedenis en filmwetenschap in het secundair onderwijs en eveneens auteur van verschillende dichtbundels. Christoph is ook recensent voor de muzieksite damusic. Onlangs verscheen nog een boek van hem over progressieve rockmuziek, met de titel "Wie is er bang van prog?". Via de link onderaan kan je het boek opzoeken.
"Een samenleving ontstaat waar een gedeeld, gemeenschappelijk belang groter wordt dan het individuele. In de Westerse beschaving zijn de Helleense en Romeinse samenlevingen hier een goed voorbeeld van. De Olympische Spelen illustreren het gezonde evenwicht in deze samenlevingen: een competitiegeest was toegelaten, maar uiteindelijk was deelnemen belangrijker dan winnen. Dankzij het werk van christelijke monniken zijn deze antieke bronnen voor latere generaties bewaard gebleven. Het christendom heeft zijn eigen totalitaire uitwassen (de Rijkskerk) aangepakt en correcties aangebracht: de abdij van Cluny, de (hoofdzakelijk christelijke) humanisten. Deze herstelden de band tussen algemeen en individueel belang. De opkomst van de burgerij en de moderne wetenschap versterkten later het individualisme als tegengewicht voor het staatsnationalisme van de absolute vorsten. Dit leidde tot de overwinning (in het Westen) van de Verlichting. Twee wereldoorlogen hebben in diverse vormen (imperialisme, communisme en fascisme) een bom gelegd onder de Verlichting en de belichaming van deze verlichte ideeën door de natiestaat. Waar het nationalisme in de negentiende eeuw een positieve kracht was, werd het in de twintigste eeuw synoniem voor verdeeldheid. Na WO II werd elke aanzet tot nationalisme in de Westerse wereld met argwaan onthaald. Een Europese Unie moest de natiestaten vervangen, maar dat project lijkt grotendeels mislukt. Omdat een Europees samenhorigheidsgevoel uitbleef, werd de Verlichting synoniem voor individualisme. Het verklaart volgens mij waarom een opstoot van nationalisme tijdens sportwedstrijden (cf. het WK in Rusland) enkel een kunstmatige en kortstondige vorm van samenhorigheid teweegbrengt. Als het stof is gaan liggen, verdwijnen de vlaggen en neemt het individualisme weer de bovenhand. Tussen haakjes: er is niemand die, gedreven door een Europees samenhorigheidsgevoel, nu juicht dat de vier beste voetballanden lid zijn van de EU.
Waar Europa of de natiestaat blijkbaar niet in slaagt, lukt het religie wel: een warm deken van samenhorigheid over mensen leggen. Het christendom, de islam en het jodendom, ze hebben een belangrijke rol in deze samenleving te spelen, maar staan zwaar onder druk van een neoliberale tijdsgeest die onder het mom van individuele vrijheid de samenleving verdeelt. Liberale partijen die de maatschappelijke rol van religie helemaal willen uitschakelen, spelen met vuur. Volgens hen zijn de grondwet en zijn burgerlijke vrijheden voldoende als algemeen belang. Maar is een mens niet meer dan enkel een burger die een contract ondertekent? Is het niet in organisaties en verenigingen waarin mensen samen op zoek gaan naar een diepere betekenis in het leven, dat de mens waarachtig tot individuele ontplooiing komt? Vandaag zijn het deze netwerken die een gezond evenwicht tussen het algemene en het individuele belang kunnen garanderen. "
dinsdag 17 juli 2018
Iedereen gewonnen
De bronzen medaille van de Rode Duivels op het WK wordt
historisch genoemd, de terechte bekroning van doelman Courtois als ongezien.
Meer nog, de prestaties van onze nationale voetbalploeg hebben de mensen bij
mekaar gebracht. “De Wever is fout”, zo besluit Jan Mulder. De feestende
volksmassa in Brussel bewijst samenhorigheid en solidariteit: geen
verdeeldheid, maar “tous ensemble”, zo klinkt het.
Ik twijfel niet aan de oprechte feestvreugde en de gevoelens
van trots die velen koesteren. Noch gaat deze column over de prestaties van ons
nationaal elftal. Maar sta me toch toe te twijfelen aan de samenhorigheid en de
eenheid die in de reacties van het volk worden gelezen. Er is slechts sprake
van een ware samenhorigheid als er plots geen klassenverschil meer zou zijn in
de samenleving. Solidariteit nu de kansrijken inspringen voor kansarmen,
rijkdom en welvaart worden op een rechtvaardige wijze herverdeeld, ware
gelijkheid van kansen op de arbeidsmarkt, echte investeringen in gezondheidszorg,
zorg voor ouderen en langdurig zieken, etc.
Het is mijn stelling dat de feestvreugde rond de overwinning
van de Duivels iets zegt over het individualisme in de samenleving. Sta me toe dit even te duiden.
We leven in een samenleving van winnaars en het is onze opdracht om op zoveel
mogelijk domeinen van ons leven winnaar te zijn: een super toffe relatie, een
job met maatschappelijke status, voldoende materiële welstand, foto’s van een
geslaagd leven op sociale media. Verliezen doen we niet graag, meer nog, het is
not done, hoewel men in het leven
vaker tegen de mat gaat dan op het podium staat. Wanneer de Rode Duivels
winnen, winnen wij, wanneer ze verliezen, doet het pijn. Neem hier even afstand
van: waarom zitten mensen in zak en as wanneer een ploeg multimiljonairs een
voetbalmatch verliest? Omdat op dat moment
ook wij verliezen. De uitzinnige vreugde om de derde plaats op het WK,
is de vreugde van ons eigen winnaar-zijn. En in die vreugde zijn we verenigd.
Individualisme ten top zou ik zo zeggen. De ironie kan niet groter zijn:
wanneer de beelden uit Brussel ons een verenigd België tonen, dan bewijzen ze
de prestatiedrang en het individualisme die onze samenleving de adem afsnijden.
Kijk eens naar de laatste scène uit de grappige film “The
Truman Show” (linkje onder de tekst). Truman speelt een rol in een soap die jarenlang mensen aan het
beeldscherm gekluisterd houdt. Door een samenloop van omstandigheden, stopt de
soap abrupt. Twee bewakers van een ondergrondse parkeergarage zijn getuigen van
het onverwachte einde van “The Truman Show”. Het wordt stil, ze blijven
verweesd achter. Tot een van beiden de stilte doorbreekt en droog vraagt naar
wat er anders nog op TV is. Bewijs: tel de aanwezigen op de Grote Markt in
Antwerpen tijdens de match tegen Frankrijk en vergelijk die met de hoeveelheid
mensen tijdens de match tegen Engeland.
Stop nu met dat doemdenken, filosoofje. Natuurlijk is het
niet allemaal slecht nieuws. Ongetwijfeld hebben supporters tijdens de puike
prestaties van de Rode Duivels wel degelijk samenhorigheid gevoeld. Alleen
vormt deze samenhorigheid geen einddoel – we zijn er nog niet -, maar wel een
te bereiken doel. “Tous ensemble” is essentieel wil een samenleving menselijk
zijn – de betekenis van het woordje “religie” heeft te maken met verbondenheid –
maar er moet nog een weg worden afgelegd. En dat moet ik wel toegeven: religieuze
leiders en politici slagen veel minder in wat de Belgische nationale
voetbalploeg kortstondig wel heeft kunnen doen: mensen bij mekaar brengen en
samen laten feesten en genieten. Opdracht nu om dit oprechte gevoel te vertalen
naar een maatschappelijke evidentie. Dan pas wordt “Tous ensemble” waarlijk
allen tesamen.
Als je op het linkje klikt, kan je de volledige eindscène van "The Truman Show" zien.
Foto: Wim Verbeeck
zondag 10 juni 2018
Door de ogen van de scheepsjongen
Het zonlicht weerspiegelt in het prachtige blauwe water van de Middellandse
Zee. Het is rustig weer en niets doet vermoeden dat de gebeurtenissen van deze
dag de scheepsjongen voor de rest van zijn leven zullen blijven achtervolgen.
Ver weg van het schip ziet de jongen plots een donkere stip verschijnen aan de
horizon. Hij neemt zijn verrekijker en zoomt in. Een bootje met tien, nee
twintig, misschien wel dertig mensen aan boord. Enige tijd later heeft de
scheepsjongen zijn verrekijker niet meer nodig, meer nog, er is geen tijd meer
om rustig naar de horizon te staren. Het gammele bootje is ondertussen
gekapseisd. Kreten van wanhoop, mensen die in het wilde weg rondscharen naar
iets wat hen kan redden van de verdrinkingsdood. De scheepsjongen wil bewegen,
maar de wanhoop in de ogen van de vluchtelingen doet zijn ledematen bevriezen,
alsof hij net Medusa in de ogen heeft gekeken, en…. misschien is dat wel zo.
Het scherm van de televisie, smartphone of laptop scheidt ons van het
gelaat van de wanhopig vluchtende medemens. Het beschermt ons en het schermt
ons af tegen het dwingende appèl dat
uitgaat vanuit de ogen van de medemens die in nood verkeerd. De steriele
discussie met de bijna afgezaagde, steeds wederkerende mantra van vragen,
plaatst ons in een relatief veilige positie. Moeten de buitengrenzen van Europa
worden gesloten? Zo ja, hoe doe je dat? Zo neen, wat zijn de gevolgen van een
zogenaamd open grenzenbeleid? Vormt de demografische evolutie in Afrika
werkelijk een bedreiging voor de welvaartstaat? Kunnen we de zorgvraag aan? Hoe
zit het met een Europees spreidingsbeleid? Et cetera…
Ongetwijfeld zijn vorige vragen belangrijk en dienen ze op het juiste
politieke niveau behandeld te worden. Het spreekt voor zich dat er snel
duidelijkheid moet komen. Maar dit alles betekent niet dat ieder van ons
ontslagen wordt van de verantwoordelijkheid voor de medemens die, jawel, ieder
van ons draagt. Zo noemt Dokter Jianne Liu, internationaal voorzitster van
Artsen zonder Grenzen, ons allemaal collectief verantwoordelijk voor de
schending van de mensenrechten in Libië, dit na haar bezoek aan de
vluchtelingenkampen aldaar. Ze heeft gelijk.
De spanning tussen de overweldigende grootte en het immense lijden dat
gepaard gaat met de vluchtelingencrisis enerzijds, en onze menselijke beperkingen
anderzijds doet heel wat mensen ongemakkelijk voelen. Uiteraard kan niemand van
ons de vluchtelingencrisis alleen aan. Als we echter niet meer durven kijken
door de ogen van de scheepsjongen, dreigen we de onmenselijkheid van de
situatie te ontvluchten en meer nog, plegen we een rechtstreekse aanslag op
onze eigen menselijkheid. Dit alles is eenvoudiger gezegd dan gedaan. In
november bracht Terzake een reportage van burgers die daklozen en vluchtelingen
uit het Maximiliaanpark te Brussel onderdak boden in hun eigen huis. Ik woon
in Schelle, ver weg van het
Maximiliaanpark. Schelle heeft ook een park. Wat als daar ooit mensen overnachten
in de vrieskou? Zou ik dan durven kijken door de ogen van de scheepsjongen? Ik
hoop het…ik hoop het…
Foto: Lise&Yarle Verbeeck
vrijdag 1 juni 2018
De kunst van het zwijgen
Mawda overlijdt. Een agent neemt in eer en geweten een
beslissing, maar moet met de gevolgen verder. Moeders, op dat moment agenten,
laten het leven, onverwacht en onnodig. Daar sterft een toevallige voorbijganger. België wordt wakker met een kater. Hoe
moet het nu verder?
Over de grenzen van tijd en ruimte wordt een belangrijk deel
van het antwoord aangereikt. Job, mijn favoriete Bijbelse figuur, wordt door
uitzinnig lijden getroffen. Hij verschanst zich op de top van een afvalberg
waar hij met potscherven de ondraaglijke jeuk te lijf gaat. Uit drie verschillende
windrichtingen komen drie van zijn vrienden. In eerste instantie doen ze iets
fantastisch: ze zwijgen. Daarna loopt het mis: ze praten.
Boeddha stuurt een belangrijke wijsheid de wereld in: spreek
de juiste woorden. Woorden kunnen helen, maar evenzeer kwetsen. Daarom moet je
ze verstandig gebruiken en ja, soms ook niet gebruiken.
Wittgenstein schrijft in de twintigste eeuwen dat over die
zaken, waar we niet over kunnen spreken, we beter zwijgen. Tot op heden blijft
er speculatie over wat hij echt bedoelde. Ik kan er me iets bij voorstellen,
net zoals bij Boeddha of bij Job.
Daags na Mawda en Luik
schreeuwt de publieke opinie om antwoorden. Politici haasten zich naar de
televisiestudio’s, debatten met experten worden georganiseerd, het ene na het
andere. Moet de minister van justitie ontslag nemen? Heeft het systeem van penitentiair
verlof gefaald? Heeft men de tekenen van radicalisering miskend? Hebben de
ouders van Mawda moreel recht op een tijdelijke of een permanente
verblijfsvergunning? Dragen zij verantwoordelijkheid en wat te denken van een
politicus die dat voor de televisiecamera’s onverbloemd beweert? Zelfs de
rectoren van de universiteiten menen dat het tijd is om hun morele gezag te
laten gelden en sturen de premier een brief, een actie, onmiddellijk gecounterd
door een scherpe tweet van de staatssecretaris voor asiel en migratie.
Moeten bovenstaande vragen gesteld worden? Jazeker. Moeten ze
nu gesteld worden? Natuurlijk niet. U mag niet vergeten dat de drie vrienden
van Job in hun vurig pleidooi van troost verglijden tot een discours dat op
zoek gaat naar de schuldige. Maar op dat moment is die zoektocht niet relevant.
Ik schrijf wel degelijk: op dat moment. Nu is er tijd voor troost en bezinning.
De vraag is natuurlijk: hoe doen we dat?
Onze samenleving biedt te veel fora aan te veel mensen om te
veel te praten. Er zijn onvoldoende rituelen die kunnen gebruikt worden om op
een gezonde wijze om te gaan met maatschappelijke pijn. Daarom wordt er
gesproken, gepalaverd en gezwetst: woorden als verwerkingscultus. Het lijkt me
beter dat er af en toe wat meer gezwegen wordt. Zo worden onnodige wonden
vermeden en kunnen de belangrijke discussies worden uitgesteld tot de tijd echt rijp is.
Pertinente vragen moeten gesteld worden, dat spreekt voor zich. Maar op
bepaalde momenten is zwijgen echt wel puur goud.
Abonneren op:
Posts (Atom)
Airco in woonzorgcentra: een reactie
Op de website van VRTNWS verscheen een artikel waarin Candice De Windt, CEO van het Vlaams Onafhankelijk Zorgnetwerk (Vlozo), de koepel voor...
-
"The Leap of Faith”, vrij vertaald als de geloofssprong is, aldus M. Jamie Ferreira, een cruciale notie in Kierkegaards filosofie. Ho...
-
In wat volgt tracht ik uit te leggen wat Hegel onder het ding verstaat. In volgende teksten zal ik uitleggen wat hij onder het begrip en de ...
-
Klik hier om deze bijdrage in PDF te lezen. Het zelfbewustzijn is alleen de bewegingsloze tautologie van het ‘ik ben ik’ (p.116) Deze...




