donderdag 6 december 2018

De Sint komt toch voor iedereen...


Zaterdag 16 november, de Sint wordt opgewacht door burgemeester De Wever aan het Mass te Antwerpen. Wat een vermoeiende dag voor die stokoude heilige. U mag niet vergeten dat hij diezelfde dag reeds twee maal was aangekomen bij onze noorderburen. Maar goed, de Sint komt voor iedereen, dus veel werk aan de winkel.
Rond twee uur in de namiddag zat ik gezellig aan tafel bij mijn moeder op haar knus appartement. Veel gepraat werd er niet, want de televisie stond luidkeels verslag uit te brengen van de gebeurtenissen in Antwerpen. Stel u voor, een vrouw van 75 die gepassioneerd kijkt naar iemand waarin ze al lang niet meer gelooft. Een man waarover ze eertijds aan mij vertelde, haar ogen opgeslagen naar het plafond met de woorden: “Zou ons Wimmeke braaf geweest zijn dit jaar?”. Wellicht wisten moeder en zoon het antwoord op deze vraag maar al te goed. In ieder geval wachtte mijn moeder de vermoeiende opdracht om speelgoed te leggen rond de geurige schoen van zoonlief, nu die eindelijk was gaan slapen, zich afvragend hoe Sint en Piet in godsnaam door een kachelbuis naar binnen zouden kunnen komen. Maar goed, de Sint komt toch voor iedereen, ook voor Wimmeke, die niet altijd braaf was geweest. Alleen is het niet de Sint zelf, maar zijn hulpSint, mijn moeder die de honneurs zal waarnemen.
Enkele dagen later liet ik mijn hond uit in het losloopgebied van onze gemeente. Ook John, een krasse tachtiger met zijn trouwe viervoeter was van de partij. Om niet in de stereotiepe begroeting te vervallen, riep ik spontaan: “Wel John, komt de Sint ook voor jou dit jaar? Ben je wel braaf geweest?” . “Ik denk het niet”, antwoordde John lachend. “Dus geen speculaas, marsepein of ander lekkers in je schoen dit jaar?”, ging ik verder. “Neen, dat is niet meer voor mij, maar wel voor mijn kleinkinderen”, was het antwoord. En ja hoor, de Sint komt voor iedereen. En hier heb je dan John, of zou ik zeggen nog een hulpSint.
Toen ik naar huis wandelde, realiseerde ik me dat ik in een periode van enkele dagen twee hulpSinten heb ontmoet, mijn moeder en John van de hondenweide. Zowel mijn moeder als John maken van het Sinterklaasfeest een echt feest. Zou het dan niet mogelijk zijn voor ons allemaal om te promoveren tot hulpSint? We zouden dan allemaal kleine, op het eerste gezicht onbelangrijke attenties in de mekaars schoentjes kunnen leggen. Heeft u er al eens bij stilgestaan: een lege schoen toont altijd een gapende opening, en zo is elk mens wel op de een of andere manier toegankelijk. Vooruit, hulpSinten, doe u werk. Vul mekaars schoentjes met een lief woord of een vriendelijk gebaar. Want zeg nu zelf, de Sint komt toch voor iedereen…



zondag 25 november 2018

Op het leven...




Op het leven: enkele opmerkingen bij het euthanasiedebat.

Het interview met professor Wim Distelmans en dokter Koen Titeca in Terzake naar aanleiding van de dubieuze euthanasie op de 38-jarige Tine Nys, heeft me opnieuw doen nadenken over een van de moeilijkste ethische kwesties ooit. Laat mij vooraf duidelijkheid verschaffen. Ten eerste ben ik ervan overtuigd dat euthanasie een rechtmatige plaats verdient tussen alle opties die mogelijk zijn wanneer het gaat over de vraag naar een waardig levenseinde. Zo dadelijk hierover meer. Ten tweede wil ik duidelijk stellen dat ik geen expert ben in het euthanasiedebat. Daarenboven doe ik geen enkele uitspraak over wat er met Tine Nys zou gebeurd zijn of zou moeten gebeurd zijn. Ik wil slechts één aspect van het debat belichten, waarvan ik denk dat het  onvoldoende duidelijk gearticuleerd wordt. Vriendelijk verzoek aan de lezer om te beseffen dat het euthanasiedebat heel wat meer facetten omvat dan wat er in deze korte uiteenzetting kan worden verwoord.
Zoals ik reeds aangaf, geloof ik dat euthanasie een waardige optie is voor wat de behandeling van uitzichtloos lijden betreft, op voorwaarde dat de patiënt voldoende weet heeft van alle andere mogelijke opties die er zijn, waaronder palliatieve sedatie, en dat al deze opties voldoende zijn toegepast. Hier wringt het schoentje. Laat me opnieuw duidelijk zijn: ik waardeer enorm de inspanningen van verplegend personeel, artsen en verzorgenden in het hele gamma van de medische dienstverlening. Het lijkt me echter duidelijk dat we, ongeacht deze inspanningen, ons te snel op de borst slaan voor wat de kwaliteit van de zorg betreft. Nogmaals, geen kritiek op mensen die zich elke dag ten volle inspannen. Er worden schitterende zaken gerealiseerd. Sta me toe mijn standpunt te illustreren door middel van het onderwijs. Ongeacht het feit dat elke dag leerkrachten, directies en ondersteunend personeel alles in het werk stellen om kwaliteitsvol onderwijs te bieden, betekent dit niet dat alle leerlingen de zorg krijgen die ze verdienen. Integendeel. Heel vaak blijven kinderen en jongeren in de kou staan. De samenleving beseft onvoldoende wat er echt nodig is om deze jongeren bij te staan.
Een gelijkaardig verhaal vind je in de zorg. De maatschappelijke inspanning en de maatschappelijke kost om mensen echt bij te staan bedraagt een veelvoud van wat er nu wordt uitgegeven. Neem een patiënt met een depressie. Na een bezoekje aan de huisarts en de apotheker staat deze patiënt er vaak alleen voor, terwijl er nood is aan constante persoonlijke coaching, quasi heel de dag, om een depressie te behandelen. We vergeten vaak dat lichaamsbeweging, gesprekstherapie en alle andere facetten van de behandeling heel wat tijd, personeel en financiële middelen vergen. En toch is deze maatschappelijke inspanning noodzakelijk.
Het spreekt voor zich dat een groot deel van de euthanasievragen verdoken vragen zijn naar iets anders  dan de dood. Men wil gewoon niet meer lijden. Dan is het aan de maatschappij om op deze vraag een adequaat antwoord te bieden dat een veelvoud bedraagt van wat er nu kan, ongeacht de inspanningen van de zorgsector vandaag. Deze maatschappelijke inspanning kan of wil men niet dragen. In een ideale wereld, en daar leven we niet in, bestaat zo’n aangehouden permanente persoonlijke coaching wel. Besef goed dat er zelfs mensen zijn wiens vraag naar euthanasie een vraag is om niemand tot last te zijn of om niet als passief te worden bestempeld (ik kan niet meer mee in het leven).
 Laten we er nu van uitgaan dat er toch zo’n ideale wereld bestaat, dan nog lijkt me een vraag naar euthanasie in sommige gevallen toch legitiem. Juist, tegenstanders wijzen heel vaak op het overdreven primaat van de menselijke autonomie, maar anderzijds mag de stem van de patiënt een belangrijke plaats krijgen. Het spreekt voor zich dat het leven waardevol is en dat het leven altijd belangrijker is. Maar dit leven betekent ook een waardigheid. Wat erg ironisch is in dit hele debat, is dat alle partijen, voor-en tegenstanders, het eens zijn over één ding: lijden moet bestreden worden met alle middelen. En in dat “met alle middelen” ligt net de maatschappelijke uitdaging bij uitstek.


vrijdag 2 november 2018

Wintermarkt of kerstteen




Het is zwaar, soms echt wel loodzwaar, alle issues waarmee mensen worden gebombardeerd in de naam van belangrijk nieuws. Mijn enige bedoeling was een wandeling te maken met mijn hond in de landelijke gemeente waarin ik woon, en toch, doordat ik graag naar de radio luister tijdens het wandelen, kan ik er niet om heen. Ik moet nadenken over het feit dat het omvormen van de kerstmarkt naar de wintermarkt een belangrijk iets is of niet. Zwaar, zwaar, zwaar. Toch kom ik snel tot een conclusie: het kan me niet schelen.  Ik ben geen kerstmarkt-mens. Overvolle doorgangen, al te kitscherige kerstkraampjes, foute kerstmannen en juiste kerstmuziek, dit alles in een walm van hamburgers, wafels en geglaceerde appels. Daarenboven, als het dan al eens koud is in het Vlaamse land, dan is er die teen naast mijn grote teen die zichzelf door de jaren heen heeft opgewaardeerd als mijn enige winterteen. Toch heeft het iets zo’n kerstmarkt, euh wintermarkt, whatever.  
            Gelukkig is er nog Rik Torfs op Nostalgie. Hij ligt evenmin wakker van welke naam we nu aan dit folkloregebeuren dienen te geven. Toch zegt hij, verstandig als hij is, nog even dit. Het gaat helemaal niet meer om een religieus debat, mensen hebben gewoon angst voor de islam, of, wat ook kan, ze zijn erg bang om een stuk van hun cultuur te verliezen. En dan is er nog die fijne blog van Illias Marraha op de VRT-site, met de simpele vraag welke moslim er staat te wachten om de naam kerstmarkt te veranderen naar wintermarkt. Zwaarmoedig, echt zwaarmoedig.
            Zoals gezegd, het kan me niet schelen hoe het heet, als de mensen zich maar kunnen amuseren. En plots vraag ik me af of dit nu niet het probleem is. Moet ik me interesseren voor al die verontwaardiging op sociale media rond de naamsverandering? Met andere woorden, wie zijn die mensen die leven met de angst dat hun cultuur gaat verdwijnen? Wie voelt er zich aangevallen en wie leeft met de idee dat hij/zij binnen afzienbare tijd zal geannexeerd worden door een andere cultuur? Wie behoort tot die andere cultuur en vindt dat het nodig is zich niet aan te passen (waaraan)? Met andere woorden, welke houding moet ik aannemen tegen die mensen die niet tolerant kunnen zijn? Of tegen diegenen die zo’n naamsverandering absoluut belangrijk vinden?
            Ik ben aan het eind van de dreef gekomen en al snuffelend draait mijn hond rechtsaf. Oef, geen nieuwsberichten meer, gewoon muziek. Dan denk ik, laat de kerstmarkt toch kerstmarkt heten, wat is het probleem? Het gezellig samenzijn met anderen, daar gaat het om. Ik ken veel mensen oppervlakkig, geen enkele is bereid om vandaag aan de annexatie van Vlaanderen te beginnen. Laten we gewoon doen en folklore laten zijn wat het is. Laten we misschien meer inzetten op de strijd tegen echte discriminatie en echte intolerantie. Zo niet, dan schrijf ik nu onmiddellijk een petitie uit om mijn winterteen om te vormen tot een rasechte kerstteen.



woensdag 17 oktober 2018

Armoede is dichterbij dan je denkt...

Op de website van KNACK verscheen een bijdrage van mij over armoede. U kan deze lezen door op de onderstaande link te klikken.

Bijdrage op KNACK

zondag 23 september 2018

René & Georgette






Sinds enkele weken vergezelt de nieuwe CD,  ‘In the blue light’ van Paul Simon me bij elke verplaatsing met mijn wagen. Simon verzamelde een aantal reeds verschenen nummers en bekleedde deze met nieuwe arrangementen. “René and Georgette Magritte with their Dog after the War” vertelt het hartverwarmende verhaal van twee oude mensen die hun dagen samen doorbrengen, zacht, warm en met veel zorg voor mekaar. Ze wandelen door winkelstraten, worden geraakt door de immense schoonheid van de modieus aangeklede paspoppen in de vitrines van de hippe kledingzaken, ze dansen zachtjes in hun woonkamer, terwijl het maanlicht via het raam hen verlicht zoals een spot op een dansvloer. In hun harten zitten verhalen over hun leven samen, hun pijn en verdriet, maar ook hun vreugde en dankbaarheid omdat ze mekaar hebben en er voor mekaar kunnen zijn. Het grootste deel van hun leven is voorbij, maar ze hebben ontdekt wat zo weinigen kunnen ontdekken. Ze weten waar het in het leven om draait en deze kennis, diep verborgen in hun hart, voedt hen, elke dag opnieuw.
            Zaterdag was een sombere, grijze dag. Druilerige regen maakte de bezoekers van de Meir ongenadig nat. Het deed hen sneller stappen, soms zonder oog voor andere voorbijgangers. Een straat van dwalers, omringd door “weapons of mass consumption”, op zoek naar, ja wat? De wereld geeft een troosteloze aanblik. Terwijl ik over de Meir liep, flitsten onwillekeurig beelden uit de actualiteit door mijn hoofd. Hoe mensen op de vlucht waren voor natuurrampen, ver van mijn bed. Hoe anderen  probeerden te overleven in armoede, misschien wel te dicht bij mijn bed. Hoe moet het verder? Wie of wat kan alles ten goede keren? Is dat nog wel mogelijk of is alles voorbij? De winkelende mensen op de Meir vormden het beeld bij uitstek van de ratrace waar we allen aan deelnemen. Het maakt ons overspannen, en gejaagd. Geen tijd om tijd te maken. Onomkeerbaar is het.
            Ik zat reeds een tijdje te praten met een goede vriend in ons stam-koffiehuis, toen ik plotseling oog kreeg voor het koppel aan het tafeltje naast ons. René dronk van zijn koffie verkeerd al was het een dure wijn, voorbehouden voor koningen. Ondertussen genoot Georgette met volle teugen van het stuk appeltaart dat met elke schep een aanzienlijk deel van zichzelf verloor. Ook zij dronk koffie verkeerd, maar diende de kop te ondersteunen met haar tweede hand. “Laat het u smaken!”, hoorde ik de dienster zeggen. “Dat is echt wel lekker”, antwoordde René, en ook hij gaf zich ten volle aan zijn stukje taart. Na de maaltijd veegde Georgette haar mond af met een servetje en keek ze met één oog naar haar rollator, die geduldig stond te wachten op het einde van het feestmaal. Nog voor Georgette zich had kunnen rechtzetten, stond René reeds klaar met haar mantel. Voorzichtig hielp hij zijn vrouw in het kledingstuk en nadien deed hij de riem van haar handtas om haar schouder, alsof hij het meest dure beeldje in de zilverkast plaatste. Er werden geen woorden gesproken, maar toch werd er veel gezegd. René en Georgette Magritte, toonden me in het koffiehuis dat de zon kan schijnen tijdens een druilerige dag. Ze toonden dat liefde, tederheid en zorg overleven in een wereld die ogenschijnlijk met de minuut verhardt. Ze lieten me zien waar het in het leven echt om gaat en dat het allemaal de moeite waard is. Ik kan alleen maar dankbaar zijn omdat ik René en Georgette vorige zaterdag heb mogen ontmoeten. We hebben mekaar nooit gesproken, maar zij hebben mij heel veel gezegd.

Foto: wikipedia.nl
Muziek: Paul Simon, "René and Georgette Magritte with their Dog after the War"

Wil je het liedje eens beluisteren?

donderdag 30 augustus 2018

Paulus en de vrouwen...



De tekst van Paulus, waar de commotie mee begon: 
Efeziërs 5,21-32








Paulus aan de Efeziërs: vrouwonvriendelijk of moreel progressief?

De commotie over een fragment uit de brief van Paulus aan de Efeziërs, gelezen tijdens de zondagsmis, is totaal. Voor de ene het bewijs dat religieuze erediensten niet thuishoren in het programma-aanbod van de openbare omroep, voor een ander een signaal dat er iets scheelt aan de communicatie inzake oude teksten, en ga zo maar door. Wat mij opvalt in de toch wel aanzienlijke hoeveelheid commentaren in de gesproken en de geschreven pers, is dat niemand het heeft over de inhoud van de bewuste brief. Laat ik in wat volgt een poging ondernemen om duidelijkheid te creëren.

 Vooreest moet u weten dat in de Bijbel vrouwen hun rechten verwerven via de man. Door te huwen, niet uitsluitend uit romantische overwegingen, verkrijgt de vrouw haar burgerrechten. Dit is de reden waarom Bijbelse auteurs zich uitspreken tegen echtscheiding: door te scheiden riskeert de vrouw een deel van haar verworven rechten, gekregen vanuit het huwelijk, te verliezen. Dit heeft niets te maken met een  hedendaagse visie op het huwelijk, het was nu eenmaal zo, ten tijde van Paulus, die leefde in de eerste eeuw na Christus, in een wereld, amper te vergelijken met de onze.
           
 Paulus voert in zijn brief aan de Efeziërs een vurig pleidooi voor aanhoudende bekering. Hij prijst de Efeziërs voor hun inspanningen, en wijst op het grote geluk dat hen te wachten staat. Alles heeft te maken met het verbond tussen Christus en zijn kerk. Ik moet u waarschuwen om de historische Jezus zomaar niet gelijk te stellen aan de Christus die door Paulus wordt opgevoerd. Christus is de aardse Jezus, verheven in een positie die hem in staat stelt heil te brengen aan diegenen die in hem geloven. Laatstgenoemde groep van gelovigen noemt Paulus de kerk, in de eerste eeuw niet vergelijkbaar met wat we vandaag onder de Kerk verstaan.

 Nu voert Paulus een analogie in. De kerk van gelovigen dient onderdanig te zijn aan Christus zoals een vrouw onderdanig dient te zijn aan haar man. Deze onderdanigheid van de kerk aan Christus, gaat echter gepaard met een onvoorwaardelijke liefde van Christus voor de kerk. Het gaat dus in twee richtingen. Analoog moet de onderdanigheid van de vrouw aan haar man onlosmakelijk verbonden zijn met de liefde van de man tot zijn vrouw. Probeer u voor te stellen wat onderdanigheid in combinatie met liefde zou kunnen zijn. In de tijd van Paulus betekende dit een vorm van morele progressie. Door te huwen verkrijgt de vrouw niet alleen rechten, maar kan zij ook rekenen op onvoorwaardelijke liefde van haar man. Deze liefde is hij aan haar verschuldigd omdat ook Christus liefde aan de kerk geeft in overvloed, denk aan de analogie.

 Religie dient echter een dynamische activiteit te zijn, wil ze kunnen antwoorden op de uitdagingen van de tijd. Oude geschriften vormen slechts één aspect van het corpus. Ze bevatten geen onbetwijfelbare en statische waarheden waar niet aan geraakt mag worden. Veeleer dagen ze uit tot reflectie. Volgens het jodendom is het vasthouden aan de geschreven tekst, zonder mondelinge commentaar en discussie een vorm van zonde, juist omdat dit geen verdere morele progressie mogelijk maakt. De Kerk, anno 2018, dient nu verder te schrijven waar Paulus is gestopt. Christus hoeft niet dwingend mannelijk te worden opgevat, noch de kerk vrouwelijk. De onderdanigheid van de vrouw aan de man, kan evenzeer vervangen worden door onderdanigheid van de man aan de vrouw. Evengoed kan de vergelijking gestoeld zijn op de relatie tussen mensen van eenzelfde geslacht. Onderdanigheid kan zeker ook de connotatie van ondersteuning krijgen waarbij bijvoorbeeld de ene partner zichzelf tussen haakjes plaatst om de ander ten volle te kunnen ondersteunen. Dit alles is slechts mogelijk vanuit een onvoorwaardelijke liefde die soms zelfs ogenschijnlijk menselijke capaciteiten kan overstijgen. Slechts dan en dan alleen kan een relatie de mooie maar ook de stormachtige momenten van het leven, ten volle beleven.


Foto: Lise Verbeeck

dinsdag 21 augustus 2018

Tertio







Deze week verschijnt er een artikel van mij over Nietzsche in het blad Tertio. Onderstaande link leidt u naar een voorproefje.

Artikel Nietzsche

Airco in woonzorgcentra: een reactie

Op de website van VRTNWS verscheen een artikel waarin Candice De Windt, CEO van het Vlaams Onafhankelijk Zorgnetwerk (Vlozo), de koepel voor...