zaterdag 2 mei 2020

Opiniestukje rond heropening van de scholen

Op 2 mei 2020 verscheen volgend opniestukje op de website van Knack

Ik hou van wiskunde. Wiskunde is mooi. Een rekenregel, correct toegepast, levert altijd een juist resultaat. Om dan maar te zwijgen over de enorme waaier aan toepassingen in een even grote waaier aan disciplines: astronomie, fysica, bouwkunde, weerkunde... en ja, dit hebben we allemaal al gezien, in de virologie. Het is de wiskunde die ons leert dat een epidemie zich volgens een exponentiële functie ontvouwt. Het is de wiskunde die ons vertelt dat social distancing en een vakantie in eigen kot de curve doen afvlakken en het is diezelfde wiskunde die ons vraagt om de quarantainemaatregelen te verlengen.

Ik ben een fan van de Nederlandse taal. Het is een zaligheid om het mooie Nederlands van schrijvers zoals Harry Mulisch te kunnen lezen. Evenzeer houd ik van de Franse taal. Wat kan ik genieten van de poëtische teksten van wijlen Charles Aznavour of van Le Malade imaginaire van Molière . Echt Oxford English, zoals dat van Lord Jonathan Sacks, klinkt toch prachtig, niet?
Laten we ervan uitgaan dat de scholen op 18 mei opnieuw zullen opengaan. Super, dan kan onze schoolgaande jeugd zich opnieuw verheugen over de wonderen van de wiskunde en de wetenschap en van de virtuositeit van de taal. Geen kwaad woord over de positieve wetenschappen en geen slecht woord over de taalkunde.
Laten we echter niet vergeten dat onze jongeren ongewild een ongeziene historische gebeurtenis hebben doorleefd. De psychologische impact van de pandemie is aanzienlijk en het leerproces op menselijk vlak dat ze hebben doorgemaakt evenzeer. Ik denk zelfs dat de volledige stempel pas zichtbaar zal zijn wanneer dit alles min of meer is verwerkt, wanneer - in de woorden van Hegel - de uil van Minerva bij avond zal uitvliegen.
Het is daarom cruciaal dat alle actoren in het onderwijs kalm blijven. Het afpunten van de leerplannen wetenschappen en (vreemde) talen is dus geen prioriteit. Het secundair onderwijs is gebaseerd op herhaling. Bis repetitia placent, zo wisten de Romeinen, want ja, het herhaalde bevalt. Het heeft geen enkele zin om leerlingen en leerkrachten de kast op te jagen en leerstof tegen een hels tempo aan te bieden om de zogenaamde achterstand in te halen. Laten we de leerlingen en leerkrachten de mogelijkheid bieden om het schoolse leven opnieuw op te starten. Laten we hen de kans geven om op een normaal tempo leerstof te verwerken. Maar zeker ook, laten we ervoor zorgen dat de school de ruimte en de tijd biedt om wat gebeurd is een stukje te verwerken. Levensbeschouwelijke vakken zullen in de volgende maanden nog belangrijker zijn dan integralen, de passé composé, de simple present, of het liefdesleven van de zalm. Het woordje 'school', beste lezer, komt van het Latijnse schola, wat vrije tijd betekent. Het is een tijd waarin er niet op het veld of in de fabriek moet worden gewerkt. Het is een tijd om meer mens te worden, een ware humaniora, en dat blijft waar, ook in het post-coronatijdperk.

maandag 27 april 2020

Van kosmos tot universum...hoe een telescoop ons kan samenbrengen…




Zaterdagavond - of zeg ik misschien beter zaterdagnacht, want het midden van de nacht was al enige tijd gepasseerd - zat ik in de zetel een beetje te suffen. Ik wilde niet toegeven dat ik eigenlijk beter zou gaan slapen. Luisteren naar muziek op de radio, scrollen op de website van de VRT, wanhopig op zoek naar een berichtje dat niet over corona gaat. En ja, daar was het dan, tussen de grafieken, de cijfers en de commentaren door, de verjaardag van Hubble.

Dertig jaar geleden werd de ruimtetelescoop Hubble gelanceerd. Reeds drie decennia lang levert deze wonderlijke machine adembenemende beelden, ongehinderd door de atmosfeer van de aarde. Het blote oog van de mensheid, zo zou je kunnen zeggen. Op de foto ziet men gaswolken, lichtjaren van ons verwijderd. Wolken waaruit nieuwe sterren en nieuwe werelden geboren zijn en zullen worden. Een kleurenpracht, door een dichter amper te beschrijven.

Filosofen houden van vraagjes, dus ik ook. Is het heelal nu werkelijk zo mooi, of is het enkel de mens die de schoonheid kan zien? Wat is de zin van deze schoonheid, vooral omdat ze eeuwen en eeuwen verdoken bleef voor zovele mensen? Verstopt nu nog, voor heel wat aardbewoners die deze beelden nooit zullen zien. Opgeslokt in de onmetelijke ruimte, ook voor beschavingen diep in het heelal. Het is in feite een variant van de vraag of het vallen van een boom geluid maakt, als er niemand in de buurt is om dit geluid te horen.

Volgens de Canadese filosoof Charles Taylor heeft het heelal een merkwaardige evolutie doorgemaakt in de perceptie van de mens: een evolutie van kosmos naar universum. De Grieken spraken over de kosmos, wat verwijst naar schoonheid, denk maar aan cosmetica. Op de één of andere wijze voelden ze zich verbonden met het geheel, dachten ze. Zoals Plotinus kwamen ze voort uit het geheel om ooit daarnaar terug te keren. Ondertussen heeft de verlichte mens geleerd de kosmos als een onpersoonlijk en amoreel universum te zien. Terecht uiteraard, het heelal is wat het is en de wetten van de fysica zijn er nu eenmaal. Het heelal verheugt zich niet, is niet solidair, biedt geen troost, koestert geen wraak en geeft geen bescherming als een moederschoot. Eerder is het een bond allegaartje van elementaire deeltjes die reageren volgens fysische wetten, door ons zo mooi beschreven door de wiskunde.

Ik vraag me af of we het universum niet een beetje meer terug als kosmos kunnen bekijken. We hoeven daarom geen afstand te nemen van de wetenschap. Helemaal niet. Wat ik bedoel is dat de menselijke technologie in staat is om ons een vorm van schoonheid te doen waarnemen die ons kan verbinden. Een gevoel van eerbied dat nederigheid dicteert.

In de Bijbel wordt Job getroffen door uitzinnig lijden. Hij verliest zijn kinderen, zijn huis, zijn vee, zijn toekomst…en hij wordt ziek. Ter verantwoording geroepen, stelt God dat Job eens moet nadenken over de werkelijkheid. Waar was jij, Job, toen ik, God, de wereld en het heelal heb geboetseerd? Het spreekt voor zich dat het antwoord van God ontoereikend is als verklaring voor Jobs lijden. Het gaat hier ook niet over een wetenschappelijke verklaring van het ontstaan van het heelal. Veeleer biedt dit antwoord aan Job de mogelijkheid om zich in een eerbiedwaardige stilte verbonden te voelen met een vorm van schoonheid die je in de wereld kan ontmoeten. En misschien is dat wel een reden voor Hubble om ons niet alleen naar het universum te doen kijken, maar vooral ook naar de kosmos.




Link naar het filmpje op youtube nav de verjaardag van Hubble



dinsdag 31 maart 2020

Een woestijn zonder zandkorrels




Heel wat culturen, godsdiensten en levensbeschouwingen kennen in hun traditie verhalen over mensen die tijd doorbrengen in de woestijn. Jezus doet dat, voor hij aan zijn prediking begint en Mohammed zal de Koran in de woestijn door de engel Gabriël gedicteerd krijgen. Maar ook filosofen zoals Nietzsche maken gebruik van de woestijn als beeld en introduceren, net zoals voornoemde religies, de zogenaamde woestijnervaring. Zo’n ervaring heeft te maken met een tijd van loutering waarin je je  kan bezinnen over wat er te doen staat, maar het kan evenzeer een periode zijn waarin je aan jezelf werkt, vooraleer aan een nieuwe fase in het leven te beginnen.

Het toeval wil dat ik, net voor de coronacrisis in alle hevigheid uitbrak, in heel wat klassen in het kader van de les godsdienst gesproken heb over woestijnervaringen. Ik wees de leerlingen op een belangrijk paradoxaal karakter van zulke ervaringen. Enerzijds zijn ze negatief en beproevend: het gaat over een moeilijke periode waar je door moet, de zure appel die niet te vermijden is. Anderzijds zijn woestijnervaringen noodzakelijk en opbouwend: de periode van isolement leert je vaak zaken over jezelf en/of het leven waar je voordien niet kon of wilde bij stilstaan.

Ik wil graag een aspect van zo’n woestijnervaring onder de aandacht brengen, een aspect waar ik de laatste dagen vaak aan denk. Zowel Jezus als Mohammed hebben deze woestijnervaring alleen moeten beleven, niet alleen als gevolg van een vrije keuze, maar wellicht eerder als een vorm van noodzakelijk kwaad. Ik bedoel hiermee een ervaring waar ze niet konden aan ontsnappen. Woestijnervaringen dienen zich aan en laten niet toe dat je eerst even overweegt of je deze ervaringen al dan niet wenst te ondergaan. Je wordt, in de woorden van de Duitse filosoof Martin Heidegger, in de woestijnervaring geworpen. En dit is een fascinerend aspect van zo’n ervaring dat niet uit het oog mag worden verloren.

Ik leg uit wat ik bedoel. Een van de belangrijkste redenen waarom ik voor het beroep van leraar blijf kiezen is dat je als leraar de mogelijkheid krijgt om jongeren te begeleiden van punt a naar punt b in hun groei naar volwassenheid. Het gaat hier over veel meer dan het aanbieden van leerstof, veeleer gaat het over leefstof. Zeker als leerkracht godsdienst speelt dit een cruciale rol. Maar dan valt relatief plots het besluit dat de lessen in het onderwijs worden opgeschort vanaf de volgende lesdag. Met andere woorden, nu de samenleving en dus ook de leerlingen en leerkrachten, gedwongen worden om afstand te nemen van het normale dagelijkse leven dat ze al zo lang gewoon zijn, nu wij allen in de woestijn worden gedreven, wordt opnieuw pijnlijk duidelijk dat een woestijnervaring een ervaring is die je alleen en onaangekondigd moet ondergaan. Plots dient deze ervaring zich aan, ontsnappen is niet meer mogelijk, onderhandelen over de modaliteiten van deze ervaring evenmin.

Beste lezer, het is duidelijk dat wij ons als samenleving in de woestijn bevinden. Ironisch genoeg bestaat er een Chinese  vloek: moge u leve in interessante tijden. Wat dit alles met u en mij zal doen, weet ik niet. Ik weet alleen dat deze periode een impact zal hebben, zwaar of licht, negatief of positief, wie zal het zeggen. Voorlopig nemen we deel aan een periode van introspectie en bezinning, een woestijnervaring uniek in de recente geschiedenis en bevinden wij ons wellicht allemaal in de spreekwoordelijke woestijn, maar dan een woestijn zonder zandkorrels.



maandag 23 maart 2020

Over Socrates en Paprikachips



Indien je je door de titel hebt laten misleiden, in de hoop om aan de zoveelste tekst over het verdoemde rotvirus te ontsnappen, dan vrees ik dat dit maar ten dele zal gelukt zijn, tenzij je nu onmiddellijk afhaakt. Ik beloof je, het gaat er slechts onrechtstreeks over.

Beste lezer, ik hoop dat je in goede gezondheid bent. Evenzeer wens ik dat het coronavirus niet toeslaat in jouw familie en vriendenkring. Indien dit toch zou gebeurd zijn, hoop ik op een snel en volledig herstel.
Graag wil ik iedereen die rechtstreeks of onrechtstreeks betrokken is bij de bestrijding van het virus van harte bedanken. Ik waag me niet aan een opsomming, want ik vrees dat ik mensen ga vergeten en dat is verre van de bedoeling.

Her en der worden spontane en georkestreerde acties op poten gezet om dankbaarheid te uiten. Daar is niets mis mee en dat vind ik geen probleem. Regelmatig vraagt men op sociale media of tijdens nieuwsuitzendingen om eens stil te staan bij dit of dat. Opnieuw, geen probleem voor mij. Maar sta mij toe, beste lezer, om even dieper in te gaan op “erbij stilstaan”. Misschien ken je het verhaal over de Griekse wijsgeer Socrates die uitgenodigd werd op een feest en daar drie uur na aanvang pas aankwam. Door de gastheer aangesproken op zijn late verschijning, antwoordde Socrates dat hij onderweg overvallen werd door een gedachte en dat hij daar even is bij blijven stilstaan. Zijn stilstaan veroorzaakte een letterlijke stilstand, maar uiteraard kan dit ook figuurlijk worden geïnterpreteerd. Door dit vele er-even-bij-stilstaan, loop je het risico om niet meer vooruit te gaan, en dat beste lezer, is gevaarlijk voor je mentale gezondheid.

Daarenboven is er nog een moreel kantje aan dit verhaal. Indien je niet (altijd) deelneemt aan de dankbaarheidsacties, wat trouwens niet hoeft te betekenen dat je niet dankbaar bent of indien je er even niet wenst of kan bij stilstaan, loop je het risico beladen te worden met een massief schuldgevoel. Dit schuldgevoel, in combinatie met de overdaad aan nieuwsberichten en posten op sociale media, kunnen aanleiding geven tot een radicale confrontatie met wat Nietzsche de geest der zwaarte noemt. Volgens Zarathustra, de profeet uit het werk van Nietzsche die de strijd aangaat met voornoemde geest, kan de zwaarte slechts overwonnen worden door een vorm van lichtvoetigheid. Vergis je niet, het  gaat hier niet over een naïef ontkennen van de realiteit. Soms, zo schrijft Nietzsche in een ander werk, moeten de ramen en deuren van het bewustzijn worden opengezet om de boel te laten verluchten. Zo niet, dreigt men zijn mentale gezondheid op het spel te zetten.

Daarom, beste lezer, lijkt het me belangrijk om het nieuws even niet te volgen, Facebook voor een tijdje gesloten te laten, kranten in de winkel te laten liggen. Je bent geen slecht mens als je tijd voor jezelf neemt, ontspant, geniet en leeft, zelfs wanneer anderen op dat eigenste moment de strijd met het virus aangaan. Je eigen gezondheid bewaken is evenzeer een ethische plicht, zo wist men reeds in de Bijbel. Houd van jezelf, als van de ander, zo staat er, zonder eigenliefde is de liefde voor de ander moeilijk, wellicht zelfs onmogelijk. Je hoeft je niet terug te trekken uit de wereld, maar neem voldoende pauze van de wereld. Ga naar buiten, lees een goed boek, speel een gezelschapsspel, zet een film op, doe waar je zin in hebt. Ik geef je zelfs de toestemming om, de dieetgoeroes ten spijt, jezelf te trakteren op een lekkere wafel, of wie weet zelfs, een kommetje echte, vettige paprikachips.

dinsdag 17 maart 2020

Vertrouwen




In de prachtige film “Left Luggage” bezoekt de rebelse Chaja haar ouders na drie maanden stilzwijgen opnieuw in hun appartementje, Antwerpen, jaren 70. Bij het binnenkomen zegt ze vol trots aan haar moeder dat ze nu filosofie studeert aan de universiteit. “Filosofie?”, antwoordt de moeder meewarig, “Wie heeft filosofen nodig? Studeer geneeskunde, dan kan je tenminste mensen helpen”.

Als filosoof houd ik van zinnetjes. Het zinnetje van de moeder is me bijgebleven vanaf de eerste keer dat ik de scène zag en zal me altijd bijblijven. Vandaag las ik een facebookpost van een filosoof waarin deze tegen de achtergrond van de corona-crisis zich afvraagt wat hij als filosoof kan betekenen. En inderdaad, nu zijn wetenschappers en artsen aan zet. Filosofie, letterkunde,…, het lijken wel disciplines waarmee mensen zich kunnen bezighouden wanneer het goed gaat en wanneer verveling ons dreigt te overvallen.

Het is mijn stelling, beste lezer, dat filosofen wel iets kunnen betekenen in deze crisis. Spijtig genoeg kan ondergetekende geen remedie tegen het corona-virus produceren en zal ik waarschijnlijk in de weg lopen in een ziekenhuis en enkel het probleem vergroten. Maar als filosoof weet ik al heel lang dat onze samenleving één ding enorm mist, één aspect dat de kern vormt van de economie, de politiek, de religie en zelfs van de wetenschap. U heeft genoeg gewacht,… wat we missen is… vertrouwen.

Politici zijn zakkenvullers, wetenschappers zijn enkel geïnteresseerd in hun carrière, economie draait om geld, de mens is van nature een egoïst, en ga zo maar door, stereotypen die uiteraard een kern van waarheid bevatten. Maar zet eens de bril van het vertrouwen op en kijk dan eens rond. Ik ken politici die echt bekommerd zijn om de mensen en echt iets willen doen aan de problemen van de samenleving, er bestaan echt wel wetenschappers die, terwijl ik dit schrijf, de klok rond werken om een remedie, vaccin of medicijn te vinden dat de gezondheidscrisis mee kan helpen bezweren, er bestaan religieuze leiders die mensen echt wel bij mekaar willen brengen en mee helpen in de zoektocht naar zin of naar een taal waarin die zin kan worden verwoord. Kortom, als filosoof zou ik willen vragen om dit vertrouwen opnieuw in het centrum van het leven te plaatsen. Het kan levens redden.

Durf vertrouwen in de wetenschappers, durf vertrouwen in de politici en durf vertrouwen dat er morgen nog toiletpapier beschikbaar zal zijn (al is er bij ons in de buurt geen vel meer te bespeuren J). Het enige dat u kan (en waarschijnlijk, zal) overkomen is dat u wordt uitgelachen of als naïef wordt weggezet. Vertrouwen is niet alleen de motor van de economie, de drijfkracht van de politiek, de brandstof van de wetenschap en het hart van de religie, het is ook dat wat ons mee zal helpen de corona-crisis te doorstaan.



Ik wens u, beste lezer en al uw vrienden en familie een goede gezondheid toe.

Foto: Lise Verbeeck


zondag 24 februari 2019

Terug naar de doodstraf? Hoe een gekwetste samenleving omgaat met haar wonden





Tijdens het VRT-journaal van maandag 18 februari stelde Bart de Wever onomwonden dat het voor hem persoonlijk geen probleem zou zijn dat Belgische IS-strijders, nu gevangen in Syrië, door een Iraakse rechtbank zouden veroordeeld worden tot de doodstraf. Hoewel het gaat over zijn persoonlijke mening, lijkt het me toch zinvol om hier even bij stil te staan. De doodstraf voor Belgische onderdanen kan wel degelijk een onrechtstreeks gevolg zijn van een beslissing van de Belgische regering.
Volgens de website van de VRT (link onderaan) was Emiel Ferfaille de laatste Belg die als gevolg van de doodstraf, uitgesproken door een Belgische rechtbank, werd geëxecuteerd in België. Hij stierf op 26 maart 1918. Nadien werd de doodstraf automatisch omgezet tot levenslang. België kent de doodstraf niet meer, maar met een politieke beslissing van de Belgische regering zou daar de facto wel eens verandering in kunnen komen.
Laat ik eerst even uitweiden naar een belangrijke pijler van onze cultuur, de religies gebaseerd op Abraham. Wat vandaag bekend staat onder de tien geboden, de verordeningen die Mozes op de berg Horeb van Jahwe ontving, bevatten een duidelijk bevel niet te doden. De geboden nuanceren hierin niet. Het doden van een medemens, ongeacht de omstandigheden, is onaanvaardbaar. Hierbij moet men zich realiseren dat de tien geboden gebaseerd zijn op een morele consensus die stapsgewijs in de samenleving is gegroeid. Het niet vereren van afgoden, het niet doden van mensen, niet liegen, het eren van een huwelijksbelofte, het niet stelen en bedriegen, al deze dingen zijn fundamenteel wil een samenleving een stabiele thuis bieden voor iedereen. Indien aan deze fundamentele geboden geraakt wordt, dreigt de oorlog van allen tegen allen en de totale anarchie.
In de 17de eeuw benoemde Thomas Hobbes laatstgenoemde oorlog van allen tegen allen de begintoestand van de mens. Hiermee bedoelt hij het beginsel van de mens. Indien er geen sociaal contract wordt gesloten, vormt de ene mens een wezenlijk gevaar voor de andere mens. Daarenboven is het leven in de woorden van Hobbes nasty, brutish and short. Om aan deze penibele situatie het hoofd te bieden, sluit de mens stilzwijgend een sociaal contract af. Elke onderdaan van de staat geeft zijn wrede agressie af aan de staat die hierdoor het monopolie van het geweld verwerft. Met andere woorden, de burger geeft zijn rol als roofdier op in ruil voor de bescherming van de staat, in de woorden van Hobbes, de Leviathan (zeemonster) genoemd. Deze Leviathan kan geweld plegen en straffen, indien de sociale stabiliteit hierom vraagt.
Zoals reeds aangehaald, riskeren voormalige IS-strijders met de Belgische nationaliteit, de doodstraf, indien ze zouden worden veroordeeld door een Iraakse rechtbank. Gesteld nu dat de Belgische regering dit toestaat, dan zou dit betekenen dat ze de doodstraf onrechtstreeks opnieuw toestaat, misschien wel invoert. Meer nog, gesteld dat de publieke opinie zich achter deze visie schaart, dan betekent dit dat ook zij een herinvoering van de doodstraf aanvaardbaar vindt. Dit is een ernstige evolutie, misschien wel een stap terug in de geschiedenis.
Volg even de redenering mee vanuit Hobbes. U, ik en de rest van de samenleving sluiten stilzwijgend een sociaal contract af waardoor de maatschappij vorm krijgt. U ziet dit op de cover van het boek, de Leviathan is opgebouwd uit mensen zoals u en ik. Hierbij geven we onze inherente capaciteit tot geweld af aan de staat, dit is in termen van Hobbes, de Leviathan. Deze overheid nu verkrijgt het monopolie van het geweld en hierdoor ook een mandaat om haar onderdanen te berechten. Evenzeer is de overheid verantwoordelijk voor de uitvoering en de opvolging van de vonnissen. In casu van de IS-strijders schuift de overheid deze taak door naar de Iraakse overheid in een ijdele poging haar verantwoordelijkheid te ontvluchten. De doodstraf, eventueel uitgesproken door de Iraakse rechters, staat dus in de lijn van de juridische en morele verantwoordelijkheid van de Belgische staat die hiervoor het mandaat ontvangt vanuit het sociaal contract dat door ieder van ons wordt aangegaan. Hoe men het ook wil uitleggen, als lid van de Belgische samenleving ben je moreel geconnecteerd aan de uitspraken van de Iraakse rechter.
Theo Francken heeft dit heel goed gezien. Zijn voorstel is geniaal. Laten we de Belgische IS-strijders hun Belgische nationaliteit afnemen, zo stelt hij. Dit is goed gezien van Francken, want door de Belgische nationaliteit af te nemen, knipt hij de morele draad door die u en mij verbindt met het oordeel van de Iraakse rechters en het lot van de Belgische IS-strijders. Het is een interessante discussie of het verkrijgen van een nationaliteit een gunst of een grondrecht is, maar ongeacht dat, is het afnemen van de nationaliteit een bedenkelijke zet in het hele verhaal van de morele verantwoordelijkheid.
Ik zie als enige oplossing de oprichting van een Europees tribunaal voor IS-strijders, eventueel gekoppeld aan het oorlogstribunaal in Den Haag. Dit tribunaal kan streng straffen, maar garandeert een moreel verantwoorde rechtsgang. Dat deze gang van zaken onze samenleving opnieuw op de proef zal stellen, staat buiten kijf. Maar zoals ik reeds in voorgaande stukken schreef, vormt het dossier van IS, zowel voor wat de kinderen als de ouders betreft, een van de moeilijkste morele uitdagingen van de jongste tijd. Het zal er echter op aankomen om, geconfronteerd met de vreselijke, beestachtige moorddadigheid van IS, als samenleving niet zelf te verglijden naar moreel bedenkelijk handelen. Bedenk dat het gebod ‘dood niet’, onlosmakelijk verbonden is met het humanisme. Laten we ook niet vergeten dat een andere pijler van onze cultuur, i.e. de religies in de lijn van Abraham, een morele code ontwikkelde die geen discussie toelaat: dood niet.



Met dank aan Patrick Bailliu.
Foto cover Leviathan: google afbeeldingen/wikipedia
Foto citaat Nietzsche (Afgodenschemering): https://www.quote-co.nl/quotes/friedrich-nietzsche/als-je-in-de-afgrond-kijkt-dan-kijkt-de-afgrond-ook-in-jou/



dinsdag 12 februari 2019

Morele ontsporing van een afgezwakte cultuur, de lynchpartij van Joke Schauvliege




Deze tekst gaat eigenlijk niet over Joke Schauvliege en ook niet over haar politieke verantwoordelijkheid en zeker niet over haar fouten. Het gaat wel over de manier waarop er met haar wordt omgesprongen en waarom dit een teken is van een decadente, zwakke cultuur.

In zijn Genealogie van de Moraal (1887) onderzoekt Friedrich Nietzsche de wijze waarop culturen omgaan met straf. Hij stelt vast dat de geschiedenis van de straf een historie van wreed bloedvergieten is waarbij de ene cultuur de andere probeert te overtreffen in ingeniositeit voor wat de aard en de wreedheid van de straf betreft. Vierendelen, verminken, radbraken, zaken waarbij zelfs de meest zieke geest maagproblemen ondervindt. Het is een teken van morele vooruitgang wanneer de cultuur de correcte reden voor een straf onder ogen wil zien. Straffen wordt niet gedaan om aan te tonen dat een bepaald gedrag verwerpelijk is of om de veroordeelde iets te leren. Straffen gebeurt omdat de schuldeiser de schuldenaar pijn wil doen en vooral omdat de schuldeiser wenst te genieten van zijn macht. Hij kan de schuldenaar immers doen lijden. De Romeinen gingen er volgens Nietzsche op vooruit omdat het Romeinse recht niet meer wenste vast te stellen hoeveel de schuldeiser van de schuldenaar mocht  afsnijden. Het feit dat hij het vlees van de schuldeiser kon afsnijden, volstond. Er was immers pijn en deze pijn werd toegebracht door de schuldeiser.

Wanneer een cultuur naar een punt evolueert waarbij het fysieke lijden quasi tot nul wordt herleid, wordt de straf overbodig. In dat stadium bereikt de cultuur volgens Nietzsche een moreel hoogtepunt. Al snel zal dit hoogtepunt verlaten worden om een duikvlucht naar beneden te nemen nu het toebrengen van fysiek lijden getransformeerd wordt tot het toebrengen van psychisch lijden, zo stelt Nietzsche vast. De intense wreedheid op fysiek vlak is nu omgevormd tot een nietsontziende wreedheid op psychisch vlak. Een publieke terechtstelling op de jaarmarkt transformeert zich tot een publieke vernedering op televisie en sociale media. De intensiteit van de wreedheid blijft bestaan.

Deze evolutie heeft zich overduidelijk in onze cultuur voltrokken. Fysiek geweld is een taboe, terecht. De zogenaamde pedagogische tik is verwerpelijk, zo stelt men. De radeloze ouder die zijn kind een tik verkoopt heeft als ouder gefaald, zo klinkt het. Ik pleit uiteraard niet voor geweld tegen kinderen. In absolute waarde uitgedrukt is de pedagogische tik echter verwaarloosbaar in vergelijking met een getackeld worden tijdens een voetbalmach, op de mat gesmeten worden in de judo-les of gewoonweg uitglijden op de stoep. Daartegenover is er geen probleem wanneer mensen ziek worden van de stress op hun werk of van de prestatiedruk van onze samenleving. Er is ook geen vuiltje aan de lucht wanneer mensen psychologisch worden gefolterd door hun omgeving. De waardeschaal is volkomen ontwricht.

De manier waarop de publieke omroep en de sociale media zijn omgesprongen met Joke Schauvliege is verwerpelijk en degoutant te noemen. Journalist Bart Verhulst bleef na het overduidelijke antwoord van Schauvliege en de duiding van Beke doorvragen als een bezetene. De duidingsprogramma’s Terzake en De Afspraak, iconen van zogenaamde kwaliteitsvolle journalistiek, begonnen beiden met een ludieke woordspeling op de naam van Joke Schauvliege en vonden deze vondst geweldig en origineel. Maar dat is niet alles. Het is blijkbaar normaal dat je mensen bestookt met sms’jes, vernedert tijdens betogingen, belachelijk maakt op sociale media. En ja, ze weent! Ze weent op televisie! We hebben ze gebroken!

Joke Schauvliege werd publiekelijk terechtgesteld in het Colosseum van de publieke ruimte. Ze is politica en dat moet maar kunnen, zo zegt men. Minister Koen Geens vindt het naar eigen zeggen normaal dat een politicus de ‘pispaal’ is van de samenleving. Stress op het werk, daar moet je tegen kunnen. Prestatiedrang, de normaalste zaak. Je persoon, met bagger overspoeld op de sociale media, moet kunnen. Wel, beste lezer, dit is niet normaal. Het feit dat onze cultuur vrij spel geeft aan psychisch terrorisme is een teken van degeneratie en verval. Hier moet krachtdadig worden opgetreden. Niemand mag gefolterd worden, dat is duidelijk. Maar dat dit niet alleen over lichamelijke verminking gaat, maar zeker ook over psychische, lijkt voor onze cultuur minder en minder duidelijk te zijn.

Foto: Lise Verbeeck


Airco in woonzorgcentra: een reactie

Op de website van VRTNWS verscheen een artikel waarin Candice De Windt, CEO van het Vlaams Onafhankelijk Zorgnetwerk (Vlozo), de koepel voor...