zaterdag 20 februari 2021

De actrice en de zwaarte

 




In “De crisis en een crisis in het leven van een actrice” vertelt Nicolaus Notabene, pseudoniem van Kierkegaard, het verhaal van een actrice die als zestienjarige op een voortreffelijke wijze de rol van Julia neerzette in Schakespeares overbekende toneelstuk. Notabene noemt haar niet bij naam, maar volgens Paul Cruysberghs, zou het gaan over Johanne Luise Heiberg (foto). In 1847 nam voornoemde actrice de rol opnieuw voor haar rekening, ze was toen vierendertig jaar oud. Kierkegaard analyseert de reacties van het publiek, zeker nu een oudere actrice een rol herneemt die ze als tiener zo uitmuntend neerzette. Het publiek ziet een oudere actrice, bekleedt met een esthetische jeugdigheid, een rijpheid die haar opnieuw jong, zelfs tijdloos maakt. 

In het volle betoog wijdt Notabene uit over de rol van de zwaarte en de angst. Hij hekelt de idee dat professionele artiesten, bij uitbreiding ook kunstenaars in het algemeen, geen angst zouden hebben. De toeschouwer ziet immers iemand op het toneel die volledig in haar element lijkt te zijn, iemand die volledig vergroeid is, samenvalt met het personage dat ze neerzet. Niets is minder waard, aldus Notabene, ’s avonds in de eenzaamheid van haar kamers, overvalt de actrice de diepe, quasi existentiële angst die op het toneel verdwenen lijkt te zijn. De interessante stelling van Notabene bestaat erin dat de zwaarte nodig is, wil de actrice ten volle kunnen zijn wie ze is. Zwaarte is hier nodig om de inherente kracht van de kunstenaar tot ontplooiing te laten komen, daar die zwaarte in verhouding staat tot de grote innerlijke kracht die iemand kan dragen.

Dit alles deed me toch terugdenken aan de kameel die voorkomt in Zarathustra’s redevoering van de drie gedaanteverwisselingen. Voornoemde kameel buigt zich gewillig voorover om zich met zwaarte te doen beladen. Zarathustra voorziet een gedaanteverwisseling van kameel tot leeuw en tenslotte van leeuw tot kind. De leeuw vernietigt de zwaarte, waarna het kind spelenderwijs en lichtvoetig door het leven kan gaan. Vergeten we echter niet dat het kind opnieuw kameel zal worden wanneer het zich in een specifieke en concrete situatie van het leven bevindt of begeeft. Het is het vermogen van krachtige mensen, aldus Notabene, om de angst toe te laten wanneer ze geen kwaad kan doen. Je kan de angst immers niet volkomen beteugelen, iedereen voelt zich soms wel eens angstig. Maar ik denk dat het hier nog verder gaat dan dat. Wat met mensen die een existentiële angst ervaren ten gevolge van een psychische aandoening, zoals burnout of depressie. De literatuur wijst erop dat burnouts niet zelden voorkomen bij krachtige, ondernemende mensen. De ideeën van Notabene in het achterhoofd zal het erop aankomen om de angst te leren kanaliseren en te leren transfigureren (een begrip dat Notabene ook vermeldt), zodat ze als brandstof kan dienen die, gevoed door de zwaarte van het bestaan, kan resulteren in een sterke levenskracht.

Nosce te ipsum

 

Soren Kierkegaard, Nicolaus Notabene, Inter et Inter, Procul, Voorwoorden, De crisis, De heer Phister, vertaling door Frits Florin en Annelies van Hees, van een nawoord voorzien door Paul Cruysberghs, Deel 13 van de Nederlandse Soren Kierkegaard Werken, Eindhoven: Damon, 2018 (oorspronkelijke uitgave 1848)

Bron afbeelding: https://en.wikipedia.org/wiki/Johanne_Luise_Heiberg


woensdag 17 februari 2021

Het publieke forum en de antivaxxers (deel 2)

 

In november 2020 overleed rabbi dr. Jonathan Sacks. Sacks was een gerenommeerd filosoof, theoloog en wereldberoemd rabbijn. Zijn kennis van de joodse traditie en de westerse filosofie is en blijft verbazingwekkend. In mijn bescheiden bibliotheek getuigt een ruime hoeveelheid van de door hem geschreven werken van zijn eruditie en bevlogenheid. Sacks had ook de gave van het woord. Wanneer u op YouTube zijn lezingen volgt, zal u ongetwijfeld worden opgetild door het mooie Engels in even mooi georkestreerde en volgens de regels van de kunst opgebouwde betogen.

Maar, diezelfde Sacks verdedigt in een van die lezingen het zogenaamde Fine Tune Argument For The Existence Of God. De aarde, zo stelt dit argument, bevindt zich op de exact correcte positie ten opzichte van de zon, begiftigd met de correcte fysische constanten en wetten om het menselijk leven mogelijk te maken. Een verandering in een van die constanten of wetten en het menselijk leven wordt onmogelijk. Toegegeven, het is merkwaardig te noemen dat de condities hier op aarde zo zijn dat het leven mogelijk wordt. Eveneens toegegeven, het Fine Tune Argument kan (niet moet) een onderdeel zijn van een verantwoorde religieuze visie. Maar, en daar zit het probleem, het Fine Tune Argument dwingt niet tot de conclusie dat er een God moet zijn. En daar lijkt Sacks wel van overtuigd te zijn.

Het is natuurlijk dwaas om deze redeneringsfout zo door te rekenen dat Sacks alle geloofwaardigheid zou verliezen. Hij is en blijft een groot filosoof en theoloog, ongeacht de redeneringsfout die hij maakt. Bij uitbreiding is het zo dat er weinig intellectuelen zijn die geen denkfouten maken, zelfs binnenin hun eigen vakgebied, wat niets afdoet van hun kunde, maar eerder wijst op hun menselijkheid.

Terug naar het debat met de antivaxxers tijdens De Zevende Dag, het debat waarvan sommige filosofen geloven dat het niet had mogen doorgaan. In mijn vorige post heb ik reeds een argumentatie opgebouwd, nu presenteer ik een andere invalshoek. Voor alle duidelijkheid: het debat was legitiem. Het is goed dat het heeft plaatsgevonden.

Het begint met de connotatie van antivaxxers. Een erkend arts wordt onder de noemer van antivaxxer geplaatst met het risico dat alles wat deze arts nog is, in het niets verdwijnt. Je zou Sacks een moderne creationist kunnen noemen, maar dat is slechts een aspect van wie hij was. Er is veel meer. Voornoemde arts heeft wellicht al heel wat mensen geholpen, heeft zonder twijfel interessante en onderbouwde behandelingsplannen voor uiteenlopende pathologieën, maar dreigt nu weggezet te worden als een pseudowetenschappelijk en gevaarlijk individu dat maar niet ziet wat de wetenschap wel ziet. Ik ga me niet mengen in het wetenschappelijk debat, vergeet niet dat het me te doen is om de legitimiteit van het debat tijdens De Zevende Dag.

De groep van de zogenaamde antivaxxers stelde in het debat legitieme vragen die door prof. Van Damme op een correcte en respectvolle manier werden behandeld. Ik heb het hier niet over wetenschappelijke correctheid, waar ik niet kan over oordelen. Van Damme besefte wel dat tegenover hem geschoolde mensen zaten die evengoed van het verdomde virus af willen. Door hen ernstig te nemen laat Van Damme zien dat hun argumentatie een stem is in het debat en een onderdeel van de wetenschappelijke afweging.

Bovendien, en dat is echt wel belangrijk, indien voornoemde antivaxxers niet aan het debat hadden mogen deelnemen, er zou dan zelfs geen debat geweest zijn, dan zou dit een nefast effect hebben gehad op de publieke opinie. Ik ken heel wat mensen die op de eerste rij willen gaan staan om hun vaccin te krijgen. Ook ken ik heel wat mensen, jong en oud, van elke scholing, die geen vaccin willen. Ze zijn bezorgd maar ze willen ook van het virus af. Een veto tegen het debat zou de verdachtmaking en de sfeer van complot rond de vaccinatiecampagne alleen maar versterken. 

Wil je mensen overtuigen van de zinvolheid en wat mij betreft zeker ook de noodzaak tot vaccinatie, dan zal je het debat moeten blijven aangaan en je argumentatie moeten blijven herhalen. Je zal nooit iedereen kunnen overtuigen en wellicht zal dat niet nodig zijn. Maar door het debat op een correcte en respectvolle manier te blijven voeren, sluit je niemand uit, verneder je niemand en blijf je alert voor andere inzichten. Zo zal er een vorm van samenhorigheid ontstaan die een belangrijke bouwsteen vormt voor het basale, existentiële vertrouwen dat het vertrouwen in de wetenschap alleen maar ten goede zal komen.

 

Het publieke forum en de antivaxxers

 

Beeld u een machtige, kolkende en angstaanjagende rivier in waarin het water van alle kanten lijkt te komen. Nietsontziend, gewelddadig en verslindend verplaatst de kolkende watermassa zich, alles met zich meeslepend en destructief. Als je in deze massa water terecht komt, lijkt het noodlot onafwendbaar.

Veronderstel nu dat er twee betonnen dijken zijn die deze machtige rivier bedwingen. Ze doen niets af aan de gewelddadige verplaatsing van het water, maar ze geven wel een letterlijke begeleiding en leggen een beperking op. De resultante van de bewegende watermassa wordt bepaald door de dijken en niet door de fysische wetten die de kolkende massa water laten bestaan. Een barst in een van de twee dijken, of, God behoede het, de beide dijken, zal uiteraard desastreuze gevolgen hebben, dat spreekt voor zich.

Ziehier het beeld dat Nietzsche gebruikt om de verhouding tussen de adel en het volk te omschrijven. Laat u niet meeslepen in een moraliserend verhaal dat de adel als een betere mens omschrijft ten opzichte van de lager geplaatste, minderwaardige, tweederangs mens. Daar is het Nietzsche niet om te doen. Een gezonde cultuur, zo stelt hij, is vergelijkbaar met het gegeven van de verplaatsende watermassa, in bedwang gehouden door de dijken. De kolkende watermassa verwijst naar de culturele bewegingen die experimenteren, die bestaande overwegingen in vraag stellen, soms elkaar versterkend, soms ook destructief. Geen probleem, aldus Nietzsche, want de adel zorgt ervoor, in het beeld dus de dijken, dat de algemene resultante van de beweging die de cultuur maakt, controleerbaar blijft en  in de (moreel) verkiesbare richting evolueert. Merk op dat Nietzsche, zo stelt hij het ook bij monde van Zarathustra, de adel niet definieert vanuit de afkomst, maar vanuit de kwaliteiten die iemand heeft. Opnieuw, het gaat niet over een betere versus een slechtere mens. Het gaat over competenties die iemand kan benutten om het legitieme experimenteergedrag van de cultuur in goede banen te leiden.

Nu pas ik dat toe op een vermakelijke verontwaardiging naar aanleiding van een debat in het zondagse duidingsprogramma De Zevende Dag, een debat waarin prof. Van Damme, vaccinoloog en net zoals ik, voorstander van het vaccinatieprogramma, van gedachte wisselde met zogenaamde antivaxxers, mensen die in casu van het voornoemde debat wetenschappelijk geschoold zijn, ook in geneeskunde. Antivaxxers, zo klinkt het uit de mond van een gerenommeerd Vlaams filosoof, mogen geen platform krijgen in een duidingsprogramma van de publieke omroep, omdat ze stellingen verdedigen die wetenschappelijk niet onderbouwd zijn.

Het is mijn stelling dat de filosoof zich vergist. Het debat was legitiem. Ik vind trouwens dat prof. Van Damme dat debat op een voortreffelijke en waardige wijze heeft gevoerd. Het probleem zit niet in het feit dat iemand twijfelt over de kwaliteit van het vaccin en dit op de openbare omroep in een debat laat horen. Het probleem zit in de dijken. Onze samenleving voelt de barsten in de dijken die de cultuur standvastigheid geven. Het gebrek aan consensus in het wetenschappelijk debat is eigen aan de wetenschap, zeker wanneer het gaat over topwetenschap die geconfronteerd wordt met relatief onontgonnen terrein. De pandemie rond covid 19 is nieuw en de vaccins zijn nieuw. Uiteraard heeft de wetenschap ervaring met wat een pandemie is, denk maar aan de voortdurende strijd tegen Ebola. Ook bestaat er expertise rond het ontwikkelen van vaccins, maar de combinatie van dit alles in deze nieuwe covid-setting kent nog heel wat te ontdekken materiaal. Debat, gebrek aan consensus en verschil van mening zijn dus onvermijdelijk.

Dat betekent echter niet dat de dijken in deze onbelangrijk zouden zijn. Prof. Van Damme wijst terecht op de gevolgde wetenschappelijke procedures, de knowhow en de bredere wetenschappelijke consensus die er heerst rond de vaccins. Met andere woorden, de resultante van de wetenschappelijke beweging is bekend, onderbouwd en geniet een belangrijk draagvlak. De keuze om te vaccineren is wetenschappelijk verantwoord en verdedigbaar.

Timmeren aan de culturele dijken, het zoeken naar de nieuwe adel waar Nietzsche het over had in de negentiende eeuw, is geen proces dat over een nacht ijs gaat. Het is ook een multidisciplinair proces dat heel wat zaken tegelijk moet aanpakken. Culturele nivelering bijvoorbeeld, om maar een zaak te noemen. Ik denk dat het besef dat er aan de dijken moet gewerkt worden, meer concreet en naar de woorden van de Israëlische filosoof Harari, het idee dat er opnieuw moet gebouwd worden een fundamenteel en existentieel vertrouwen, dat na de nietzscheaanse dood van God op de helling is komen te staan, cruciaal is voor de huidige en toekomstige generaties. Mensen monddood maken in een publiek debat zal hier zeker niet toe bijdragen. Het zal eerder het voornoemde existentiële vertrouwen ondermijnen.

maandag 15 februari 2021

De waker van Kopenhagen en het begrip 'angst'

 

In ‘Het begrip Angst’, geeft Vigilius Haufniensis, de waker van Kopenhagen, pseudoniem van de Deense filosoof Kierkegaard, wat hij een ‘eenvoudige psychologische overweging’ van het begrip angst noemt en dit in relatie tot de erfzonde. Een eerste indruk van deze titel kan heel wat lezers op het verkeerde been zetten. Het is helemaal geen eenvoudige lezing. ‘Het begrip angst’ is een uiterst complex boek waarin de waker van Kopenhagen een stortvloed aan gedachten op de lezer afvuurt, vaak in zeer complexe zinnen met heel uiteenlopende invalshoeken. Bovendien ben je als eenentwintigste eeuwse lezer geneigd om de psychologie te begrijpen als een empirische wetenschap, wat ze ten tijde van Kierkegaard niet was. Maak je deze fout, dan verval je in de zoektocht naar een psychologisch begrijpen van de angst waar het Kierkegaard niet in eerste instantie om te doen is.

U begrijpt dat een korte tekst als deze slechts een eerste aanzet kan zijn. Mijn bedoeling is om in korte bewoordingen een (van de meerdere) invalshoeken te schetsen. Kierkegaard wil een metafysische analyse aanbieden van het begrip, het concept angst, en dit in relatie tot de erfzonde. De metafysica is een discipline binnenin de filosofie die beweert dat er een essentie van de werkelijkheid bestaat en dat het voor de mens mogelijk is deze essentie te begrijpen. De hele geschiedenis van de metafysica kan gelezen worden als een commentaar, een bevestiging en/of problematisering van deze stelling. Toegepast op de angst, probeert Kierkegaard te begrijpen wat het wezen van de angst is.

Natuurlijk is het nodig om  de angst eerst in een concept te vatten, vooraleer de zoektocht naar haar essentie kan beginnen. Het woord concept komt van het Latijnse werkwoord concipere wat omvatten betekent. Met andere woorden, naast een analyse van wat de essentie van de angst is, wil Kierkegaard ook begrijpen wat het concept angst is. Eenvoudig gezegd, hij wil niet alleen het product kennen, maar ook de verpakking.

De angst ontstaat op het moment dat mens geconfronteerd wordt met de veelheid van keuzen die hij/of zij kan maken. De toekomst kan alle mogelijke richtingen uit. Merk op dat deze redenering ook vanuit de samenleving als geheel kan worden gemaakt. Waar wil je als maatschappij, als cultuur naartoe? De veelheid van keuzen bevat natuurlijk ook een aantal (ethisch) mindere keuzen, soms zelfs fatale of laakbare keuzen. De angst ontstaat omdat er altijd de mogelijkheid is dat je de verkeerde keuze maakt.

Wanneer stelt het probleem zich? Het probleem stelt zich op een ogenblik, een moment in de tijd. Maar, zo merkt Kierkegaard spitsvondig op, dit ogenblik is veel meer dan een banale tijdsaanduiding. In het ogenblik draag ik mijn verleden mee en zie ik alle (of vele) mogelijke vormen van toekomst. Met andere woorden, in het ogenblik zit het verleden en de toekomst in zekere mate vervat, zij het dan als mogelijkheid. Daarom zal Kierkegaard het ogenblik aan de eeuwigheid gelijk stellen.

De angst ontstaat dus ook omwille van het niets. In het ogenblik kiest men niet per definitie fout. Angst slaat dus op wat mogelijk is, in potentie is, en dus nog niet is of al voorbij is. Toch is de angst reëel, want je moet kiezen. Onnodig erop te wijzen dat Jean-Paul Sartre zich door Kierkegaard heeft laten inspireren wanneer hij later zal schrijven dat de mens tot de vrijheid is veroordeeld: l’ homme est condamné à être libre. De angst transformeert zich naar vrees op het moment dat de situatie reëel wordt. Je wordt op het bureau van de baas ontboden en je krijgt effectief een sanctie, dan ontstaat er, aldus Kierkegaard vrees. Het uur voordien, toen je nog niet op het bureau was verschenen was er angst, omdat je uit ervaring leert dat op het bureau ontboden worden, slecht nieuws betekent, met als gevolg een mogelijk ontslag, maar niets daarvan is dan al reëel, het is slechts mogelijk.

Je zou kunnen stellen dat Kierkegaard wel een heel pessimistisch boek heeft geschreven. Toch even opletten. Kierkegaard poneert de stelling dat het geloof in staat is om de angst te overwinnen (niet te vernietigen) en de vrijheid haar rechtmatig karakter terug te geven. Hiervoor schreef ik dat de atheïstische Sartre zich op Kierkegaard heeft gebaseerd. Natuurlijk kon hij als atheïst, die gedachte van het geloof niet overnemen. Ik zie dan ook in het existentialisme van die tijd een moeilijke zoektocht naar de hoop, een hoop die Kierkegaard vanuit het geloof staande houdt.

Ik schreef hiervoor dat Kierkegaard zijn analyse wil koppelen aan de erfzonde, de zonde van Adam. Het is niet mijn bedoeling om in deze tekst zijn analyse op te nemen. Ik wil afsluiten met een aantal vragen die Kierkegaard zich stelt. Indien Adam de eerste mens zou geweest zijn (Kierkegaard was niet naïef), was zijn ogenblik dan vergelijkbaar met mijn ogenblik. Adam kon niet terugvallen op een geschiedenis. Wanneer begint de geschiedenis? Stel dat Adem geen zonde zou gepleegd hebben, zou de angst dan zijn wat ze vandaag is? Is de oerzonde de ergste zonde? Verergert deze zonde of verzwakt ze? Verandert ze van aard of verdwijnt ze? Maak niet de fout om Kierkegaard van naïviteit of irrelevantie te beschuldigen. Ik geef een voorbeeld. Mensen met een moeilijk familiaal verleden, denk bijvoorbeeld aan generatie-armoede, mensen die heel wat hebben meegemaakt, dragen hun geschiedenis soms zwaarder mee dan anderen. Ze erven met andere woorden alles wat er vroeger is misgelopen en worden nog sterker geconfronteerd met wat Kierkegaard hierboven als angst heeft omschreven. Uiteraard vereist dit een sterk genuanceerde analyse van wat zonde is, veel meer dan de simplistische identiteit tussen zonde en schuld, iets waar Kierkegaard zich zeker bewust van is.

 

vrijdag 12 februari 2021

Het huishouden en de president

 

Zonet draaide ik de laatste bladzijde om van A Promised Land, het eerste deel van de memoires van Barack Obama. Neen, er volgt geen recensie. Ongetwijfeld kan u die op vele andere plaatsen lezen. Ik sta graag stil bij één gedachte van Obama zelf, geformuleerd ongeveer in de helft van zijn boek.

Ten midden van de zoveelste crisis, merkt Obama op dat zijn personeel zich tot het uiterste inzet. Werkdagen van twaalf uren, het is voor iedereen in zijn entourage eerder de regel dan de uitzondering. Obama vertelt over werknemers die hun gezin de voorbije jaren amper hebben gezien, maar ook over vrijgezellen, die, omwille van de job, hun vrijgezellenbestaan liever nog wat langer verderzetten. En, zo merkt Barack Obama op, niet iedereen heeft de luxe om slechts enkele minuten van zijn woning te werken. Als het eerste deel van de werkdag erop zit, is het voor Obama slechts een minuutje wandelen om de privévertrekken van het Witte Huis te bereiken. Daar wacht een legertje bedienden hem op: een kok, een butler, huishoudelijk personeel. En inderdaad, het grootste deel van zijn medewerkers hebben dit allemaal niet. Na een slopende werkdag, wacht een verplaatsing naar huis, waar er geen personeel is. Inderdaad, daar ben ik het roerend eens met de voormalige president, deze mensen offeren een belangrijk deel van hun bestaan op.

Tegelijk, en daar wijst ook wijlen rabbi Jonathan Sacks op, ontstaat hier een belangrijke paradox. Ongetwijfeld bent u het met me eens dat Barack Obama een mooie carrière achter de rug heeft, een carrière die hem aanzien heeft geschonken. Zoveel aanzien zelfs, dat het hem de nobelprijs voor de vrede heeft opgeleverd, een prijs die Obama zelf niet kan plaatsen. Wat heb ik, zo redeneert hij terecht, bijgedragen aan de wereldvrede. Diplomatisch als hij is, neemt hij de prijs in ontvangst en transformeert hij die prijs naar een opdracht in de toekomst. Hoe kan hij, zijn regering en de Verenigde Staten bij uitbreiding, bijdragen tot die vredevolle wereld waar velen onder ons naar verlangen? De paradox zit in het feit dat enerzijds een carrière voor velen onder ons, terecht, erg belangrijk is, maar anderzijds is wie we zijn voor anderen doorslaggevend, omdat dat nu net is wat er van ons herinnerd wordt.

Ik wil graag op iets anders wijzen. Veronderstel dat iemand een zogenaamde nine–to- five job heeft, waarbij er geen overuren, noch extra thuiswerk wordt gevraagd. Na de werkuren gaat mevrouw of mijnheer naar huis en wijdt zich ten volle aan het huishouden en de opvoeding van de kinderen. Er is nog tijd voor een hobby, zeker, maar toch staat een belangrijk deel van het leven in het teken van de ander. Waarom weigeren zovelen onder ons nu juist dat te benoemen met het maken van carrière? Ik ben het zeker eens met het feit dat politici zoals Obama, maar ook Belgische politici, CEO’s van bedrijven, zelfstandigen, enz. heel wat tijd in hun job steken en dat geeft aanzien. Maar mijn fictieve werknemer van daarnet, engageert zich ook. En dat, beste lezer, drong in die korte paragraaf van overpeinzingen ook bij de ex-president van de Verenigde Staten door.

Ik wil hier geen belerend of moraliserend vingertje opsteken. Ik erken ten volle dat niet iedereen voor elk type leven is weggelegd. Er zijn mensen die gemaakt zijn om een land te leiden, een longarts te worden of een nieuwe wetenschappelijke theorie te schrijven. Evenzeer zijn er mensen die zou wegkwijnen wanneer ze gedwongen worden om het huishouden te doen. Wat ik gewoon wil zeggen is dat het geen kwaad kan om af en toe eens stil te staan bij wat we als samenleving onder een geslaagd leven willen en kunnen verstaan. Op die manier kan er meer begrip en waardering zijn voor anderen, voor wie ze zijn en voor wat ze doen. Er zou een warmere samenleving kunnen ontstaan waarin de CEO even hoog op de sociale ladder staat als de kassabediende, de man van de groendienst als de plastisch chirurg. Economie, zo stelde de Griekse wijsgeer Xenophon, is het voeren van het huishouden als kunstwerk. En hierin schuilt voor Nietzsche ook een levensopdracht. Maak van wie je bent en van je leven een kunstwerk, wees zelf kunstenaar en ga op dat unieke avontuur om te ontdekken waar het voor jou echt op aankomt. En begrijp dat niet elk kunstwerk hetzelfde is.

 

 

 

zaterdag 7 november 2020

De driehoek van de vrijheid

 

Enige tijd geleden introduceerde dr. Marc Noppen, CEO van het UZ Brussel, in het programma De Afspraak een zogenaamde management driehoek met volgende hoekpunten: gezondheid, economie en persoonlijke vrijheid. Omdat landen zoals China de pijler van de persoonlijke vrijheid uitschakelen, zijn ze in staat om de coronapandemie te bedwingen met een minimaal economisch verlies. Anders gezegd, gezondheid en economie worden gevrijwaard omdat de persoonlijke vrijheid aan banden wordt gelegd, een offer dat noodzakelijk en onvermijdelijk zal zijn. Zo’n boodschap komt aan. Niemand krijgt graag de boodschap dat zijn vrijheid zal worden ingeperkt. Hoewel voornoemde driehoek een aantrekkelijke tool is in de strijd tegen de pandemie, denk ik dat er toch enkele bedenkingen kunnen worden geformuleerd.

Ten eerste is het onmogelijk om persoonlijke vrijheid volledig uit te schakelen. Ik heb het dan niet over de onmogelijkheid van een lockdown zoals we die nu kennen. Ten tweede start de redenering van de driehoek vanuit een specifieke, mijns inziens minimalistische opvatting van de vrijheid. Ik leg uit wat ik bedoel.

Persoonlijke vrijheid wordt vaak als synoniem gebruikt van de idee dat iemand kan doen wat hij/zij wil, wanneer hij/zij dat wil. Het is zaterdagavond, ik wil naar de cinema en nadien wil ik op restaurant. De bioscopen en de horeca zijn gesloten, mijn vrijheid wordt beperkt. Maar dit is slechts een deel van het verhaal. Er bestaat ook een vorm van vrijheid van, gekoppeld aan verantwoordelijkheid voor. Door de invoering van de hoogstnoodzakelijke maatregelen in de bestrijding van het corona-virus, wordt de samenleving bevrijd van een hoog gezondheidsrisico of een ziekte. Met andere woorden, door zelf de maatregelen strikt op te volgen, werk ik mee aan de vrijheid, versterk ik de vrijheid, maar dan wel een specifiek aspect van die vrijheid, namelijk de vrijheid van ziekte. De redenering geldt ook voor de pijler van de economie. Omdat de bedrijven en de publieke sector kunnen blijven functioneren, kan ook de welvaart gevrijwaard worden wat een sleutel is voor de vrijheid. Een goed draaiende economie bouwt mee aan de welvaart, wat de mogelijkheid biedt om vrij te zijn van werkloosheid en sociale onzekerheid. Er zal brood op de plank liggen, ik zal mijn lening kunnen betalen, ik zal werkzekerheid hebben en ik zal mijn kinderen niet belasten met bestaansonzekerheid, omdat ik mijn steentje bijdraag aan de economie die ook de welvaart van ons allemaal ten goede komt. Kortom, de vrijwaring van de pijler gezondheid en de pijler economie staat garant voor de vrijwaring van een specifieke vorm van vrijheid die onlosmakelijk verbonden is met verantwoordelijkheid. Door mijn verantwoordelijkheid te nemen in het volgen van de maatregelen, verstevig ik de gezondheid van mezelf en van anderen en door mijn economische activiteiten, bouw ik mee aan de welvaart van de hele samenleving. In beide gevallen ondersteun ik ook de vrijheid.

Er zijn natuurlijk problemen met de beperking van wat we courant onder de persoonlijke vrijheid verstaan, dat besef ik al te goed. Niet in het minste voor de zwaksten onder ons, de mensen die financiële schade lijden, de armen, de zieken, de eenzamen, enz. Het spreekt voor zich dat een engagement van de sterkste schouders noodzakelijk zal zijn, ook op economisch vlak zoals prof. Paul de Grauwe betoogt. Maar ik denk dat de idee dat mijn persoonlijke vrijheid beperkt wordt in deze zwaarder doorweegt dan de daadwerkelijke beperkingen die worden opgelegd. Natuurlijk is het niet fijn dat de sportclubs dicht zijn of dat ik niet naar bioscoop kan gaan. Alleen hoop ik dat het besef dat deze vrijheid beperkende maatregelen bijdragen tot de vrijwaring en ondersteuning van andere vormen van vrijheid, de lockdown verdraaglijker maakt.

 


zaterdag 26 september 2020

Hoe de Sapiens ook Harari kan overleven…

 


U kan de tekst ook in pdf lezen door hier te klikken...


Hoe de Sapiens ook Harari kan overleven…

 

In zijn boek Sapiens schetst de Israëlische historicus en filosoof Yuval Noah Harari een fascinerend beeld van de wijze waarop de Sapiens de geschiedenis tot hiertoe heeft kunnen domineren. Interessant om weten is dat Harari in een lezing voor Google, de geschiedenis niet definieert als de studie van het verleden, maar wel als de studie van de verandering. De Sapiens kon steeds overleven omdat hij zich aanpaste aan de veranderende situaties, waarvoor hij natuurlijk zelf ten dele mee verantwoordelijk was. De opkomst van de wetenschap en de technologie, de verkleining van de wereld hierdoor, hebben de Sapiens in het zadel gehouden en dreigen hem nu ook te verjagen. Maar, en dit is cruciaal in Harari’s betoog, de Sapiens kon slechts overleven omdat hij telkens opnieuw in staat was een verhaal te creëren waarin hij voldoende kon geloven zodat hij de steeds sneller wordende veranderingen kon incorporeren.

Een van Harari’s stokpaardjes is de relatie tussen de mens en de artificiële intelligentie, waarvan diezelfde mens de auteur is. Op zich, en dit mag benadrukt worden, is artificiële intelligentie niet slecht. Meer dan 95% van de auto-ongevallen is te wijten aan een menselijke fout. De hoeveelheid slachtoffers in het verkeer kan sterk verminderd worden wanneer een zelfrijdende auto de zaken overneemt. Zelfrijdende auto’s kunnen eveneens deelwagens zijn die je van de ene naar de andere bestemming brengen, bijvoorbeeld naar kantoor. Het grote verschil is dat de zelfrijdende auto niet de hele dag werkloos op de parking moet staan. Terwijl je op kantoor bent, kan iemand anders vervoerd worden. Wellicht kan dit leiden tot een drastische vermindering van de hoeveelheid wagens in het verkeer, wat natuurlijk een heel positief effect heeft op het milieu.

Artificiële intelligentie zal, aldus Harari,  in de nabije toekomst meer en meer gekoppeld worden aan biotechnologie. Minuscule nanorobots zullen in staat zijn defecten aan je organen te detecteren, nog voor je er zelf last van hebt. Een kwaadaardige cel kan reeds een alarmsignaal doorsturen naar de behandelende arts, die misschien op duizenden kilometers van je vandaan zit. De arts zal jouw behandeling controleren en laten uitvoeren door een robotarts die zich wel in jouw buurt bevindt. Prachtig natuurlijk. Het probleem is dat de fusie tussen de artificiële intelligentie enerzijds en de biotechnologie anderzijds een meer volmaakte mensensoort kan creëren dan diegene waartoe we nu behoren. De supersnelle en uiterst intelligentie processoren die fuseren met het brein hebben de sputterende, onvolmaakte Sapiëns niet meer nodig. Meer nog, vanuit het principe van Darwin, zal de nieuwe mensensoort zich veel sneller kunnen aanpassen aan de wisselende omstandigheden dan wij, waardoor de kans zeer groot is, aldus Harari, dat een soort die bestaat uit artificiële intelligentie in combinatie met biotechnologie, de Sapiens uiteindelijk zal verdrijven.

Om Harari ten volle te begrijpen, is het belangrijk om stil te staan bij zijn mensbeeld. Harari stelt terecht vast dat hedendaagse computers supersnel beslissingen kunnen nemen op basis van een algoritme dat ze altijd en onvoorwaardelijk volgen. Vanuit zijn reductionistische visie ziet Harari een gelijkaardig proces in de mens. Menselijke emoties, gedragingen en beslissingen zijn het gevolg van biologisch algoritme dat ontstaat vanuit de wisselwerking tussen neuronen in de hersenen. Het is duidelijk dat een machine, geprogrammeerd om bepaalde algoritmen klakkeloos uit te voeren, hierin de mens altijd zal overtreffen. Bovendien zal deze machine een oneindig aantal keren de voorziene taken kunnen uitvoeren, zonder ooit moe te worden, op voorwaarde dat deze machine goed onderhouden wordt, wellicht door een andere machine. Ongetwijfeld begrijpt u de consequenties voor de arbeidsmarkt: buschauffeurs, leerkrachten, boekhouders, artsen, …, allemaal en nog veel meer beroepen die gedeeltelijk of zelfs volledig kunnen worden overgenomen door nooit falende machines. De mens wordt overbodig.

 Ik geloof niet in de reductionistische visie van Harari. De reden hiervoor haal ik, ironisch genoeg, ook bij Harari, al moet gezegd worden dat hij hierin niet origineel is. Vele denkers, onder andere Nietzsche, hebben hier al op gewezen en de religieuze traditie getuigt hiervan. De Sapiens is immers niet alleen in staat om verhalen te creëren, hij is nog meer in staat om in deze verhalen te geloven. Ondanks het feit dat er in de filosofie gesproken wordt over het einde van de grote verhalen, richten mensen hun leven nog steeds in op basis van verhalen, vertaal, ficties. Ficties die, zo wist ook David Hume, helemaal geen fantasietjes zijn, maar fundamenten waarop levens worden gebouwd. Ik geef een voorbeeld. Mensen zijn bereid om een enorm risico te lopen wanneer ze met een ander mens een duurzame relatie willen aangaan. Niet alleen kan zo’n relatie levenslang duren, er kan ook een nageslacht uit voortkomen waarvoor je moet zorgen. Ik spreek nog niet over de financiële gevolgen wanneer je een huis koopt en een lening aangaat. Je doet dit omdat je gelooft in een fictie, namelijk een unieke relatie tussen jou en de ander. Er is geen enkele, sluitende, positief wetenschappelijke verklaring voor de liefde die je voelt en die de fictie van de relatie steeds weer opnieuw kan voeden.

 Het is mijn stelling dat de Sapiens kan overleven, niet alleen vanuit zijn competentie om verhalen te creëren, maar vooral vanuit zijn unieke mogelijkheid om in die verhalen te geloven. Geloven betekent hierbij veel meer dan een voor waar houden. Geloven raakt de diepste fundamenten van onze identiteit. Een machine kan een algoritme volgen. Artificiële intelligentie kan wellicht een krantenartikel schrijven. Mijn vraag is of artificiële intelligentie ooit in staat is een relatie aan te gaan met een ander specimen, vanuit het geloof dat deze relatie constitutief is voor wie hij is. Kan artificiële intelligentie de zinvraag op een gelijkaardige wijze overdenken, vanuit gelijkaardige verhalen en ficties, net zoals de Sapiens dit kan? Ik geloof van niet. Wat ik wel denk is dat er vandaag voldoende aandacht moet zijn voor het verhaal van mensen. Er moet voldoende nagedacht worden over de ficties die aan de grondslag liggen van ons bestaan, ficties die we niet alleen voor waar houden, maar die we ook ten  volle kunnen en willen geloven. Geloven, en dit is cruciaal in mijn betoog, is een trapje hoger in de taxonomie. Het overstijgt het voor waar houden.

Als besluit mag gelden, en daar ben ik het wel eens met Harari, dat filosofische en levensbeschouwelijke inhouden enorm aan belang zullen toenemen nu de fusie tussen artificiële intelligentie en biotechnologie meer en meer een feit wordt. Zeker ook in het onderwijs zal men zich in de toekomst niet meer kunnen veroorloven om levensbeschouwelijke en filosofische vakken stiefmoederlijk te behandelen. Ziehier de ironie. Terwijl velen de opkomende wetenschap en technologie zien als de bedreiging bij uitstek voor de filosofie, blijkt nu dat dit helemaal niet meer waar is. Toch verschil ik fundamenteel van mening met Harari in verband met de gevolgen voor de Sapiens. De mogelijkheid om in verhalen te geloven en deze ficties in het leven te incorporeren, onderscheidt ons, voorlopig althans, van machines en robots, zelfs wanneer deze gekoppeld worden aan biotechnologie. Dat de strijd voor zelfbehoud niet vanzelfsprekend is en zal blijven, staat natuurlijk buiten kijf. Het zal erop aankomen om te blijven zoeken naar en te durven geloven in verhalen die het leven kunnen blijven voeden en die kunnen bijdragen aan zin en betekenis.

 

Zeg nooit, …nooit….

 

 

Abstract

De bekende filosoof Yuval Noah Harari verdedigt de stelling dat de hedendaagse mens in zijn voortbestaan bedreigd zou kunnen worden door een nieuwe, meer volmaakte mensensoort. Deze nieuwe mensensoort ontstaat uit een fusie tussen artificiële intelligentie en biotechnologie. In mijn tekst verdedig ik de stelling dat de unieke gave van de mens om in verhalen te geloven, hem van de ondergang kan redden. Veel leesplezier…


Airco in woonzorgcentra: een reactie

Op de website van VRTNWS verscheen een artikel waarin Candice De Windt, CEO van het Vlaams Onafhankelijk Zorgnetwerk (Vlozo), de koepel voor...